Vastleggen
Houd je aandacht bij het zorgcontact.
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
Hysio Klinische Geriatrie
Hysio ordent een geriatrisch consult, intake of multidisciplinaire evaluatie rond geriatrische domeinbeoordeling, heteroanamnese en het besproken vervolg.
Gestructureerd verslag in jouw vaktaal
Van zorgcontact naar verslag
Hysio zet gesproken informatie om in een verslag. Kies de verslagvorm voor het gesprek dat je vastlegt.
Vastleggen
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
AI-assistenten
Jij controleert en bepaalt wat je opslaat.
In je werkdag
Meer aandacht voor het gesprek, minder typewerk erna.
Maak relevante uitspraken, je eigen bevindingen en afspraken hoorbaar. Zo kun je ze terugvinden in je verslag.
De informatie komt onder de koppen van de gekozen verslagvorm, zodat je die per onderdeel kunt nalopen.
Controleer namen, feiten en afspraken. Pas de tekst waar nodig aan voordat je het verslag in je dossier gebruikt.
Zelf ervaren
Probeer Hysio 14 dagen gratis of plan een persoonlijke demo.
Voor je team
Kort antwoord
Beroepseigen structuur voor brede beoordeling van kwetsbare ouderen met aandacht voor cognitie, mobiliteit en context, met ruimte voor bron, bevindingen, uitslagen en vervolg.
Lees hoe Hysio aansluit op een geriatrisch consult, intake of multidisciplinaire evaluatie. De antwoorden zijn gekoppeld aan de actuele catalogus van verslagvormen, de beroepsbronnen voor Klinische Geriatrie en de grenzen van brongebonden verslaglegging.
Kies bij mobiliteit de verslagvorm die het contact tijdens de hulpvraag daadwerkelijk draagt, en niet zomaar de eerste vorm die voorhanden is. Koppel valgeschiedenis aan de bron en aan het vervolg binnen de geriatrische domeinbeoordeling, en houd heteroanamnese en cognitie in het dossier duidelijk naast elkaar staan. Zo blijft de hulpvraag zelf herkenbaar naast mobiliteit. [2] [3] [4] [5] [1] [11]
Zet cognitie en mobiliteit onder vaste koppen in het dossier, zodat je heteroanamnese op de administratieve lijn snel terugvindt. Beoordeel wat uit de bron komt pas na controle; de klinisch geriater bepaalt zelf welke tekst uiteindelijk voor de geriatrische domeinbeoordeling blijft staan. Vaste koppen schelen daarbij tijd bij elk vervolgcontact. [2] [1] [10]
Laat valgeschiedenis aansluiten op je eigen route in het medisch dossiersysteem en controleer voedingsstatus samen met de bron voordat je iets opslaat. Zo blijft het dossierpad herleidbaar, terwijl heteroanamnese en cognitie los van elkaar herkenbaar blijven binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Dat voorkomt dat valgeschiedenis los raakt van het onderliggende gesprek. [10] [1] [2]
Beperk de notitie over cognitie tot wat dit ene contact vraagt en leg de grondslag voor het delen van informatie over mobiliteit apart vast, los van de rest van de geriatrische domeinbeoordeling. Zo bewaak je bij de privacykeuze dat alleen relevante gegevens in het dossier belanden. Dat voorkomt dat gevoelige gegevens over kwetsbare ouderen verder gaan dan voor dit gesprek nodig is. [8] [13] [1]
Voor de actuele prijs van Hysio voor een klinisch geriater raadpleeg je de centrale prijzenpagina. Het abonnement verandert niet door een gesprek waarin voedingsstatus, mobiliteit of cognitie aan bod komt. Heteroanamnese en valgeschiedenis zijn inhoudelijke dossieronderdelen en geen aparte prijscomponenten. Gebruik de officiële Hysio-pagina voor voorwaarden en proefinformatie; vul geen bedrag of limiet in op basis van een casus of verslag. [6] [7]
Soms past een eigen sjabloon voor mobiliteit beter dan de standaardvorm van Hysio; vergelijk dat sjabloon dan met wat Hysio biedt en houd valgeschiedenis herleidbaar binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Bewaar in dat geval ook de herkomst van heteroanamnese en cognitie zorgvuldig. Vermeld in het sjabloon zelf altijd welke bron de gegevens heeft aangeleverd. [1] [10] [11]
Vergelijk bij de broncontrole de tekst over heteroanamnese met de oorspronkelijke notitie of het gesprek waaruit die informatie komt. Noteer wie sprak, wat is waargenomen en wat jouw professionele beoordeling is. Mobiliteit en cognitie mogen in hetzelfde verslag staan, maar hun herkomst moet herkenbaar blijven. Een vaste structuur bewijst niet dat de inhoud klopt. Loop de relevante passages na voordat je de geriatrische domeinbeoordeling opslaat. [1] [11] [9]
Richt je bij valgeschiedenis eerst op de patiënt zelf en controleer voedingsstatus pas daarna, voordat je de notitie afrondt. Koppel heteroanamnese en cognitie aan hetzelfde contact, zodat het patiëntgesprek in zijn geheel herkenbaar blijft binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Vermijd daarbij oordelen die niet rechtstreeks uit het gesprek zelf voortkomen. [1] [2] [10]
Hysio helpt cognitie ordenen en maakt zichtbaar welke bron bij een passage hoort. Jij beoordeelt mobiliteit, valgeschiedenis en de betekenis binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Heteroanamnese en voedingsstatus worden niet stilzwijgend samengevoegd met jouw eigen oordeel. De meerwaarde zit in overzicht en herleidbaarheid, niet in een automatische conclusie. Controleer de tekst en bepaal zelf wat bruikbaar is voor het dossier. [1] [2] [10]
Begin rond voedingsstatus met één afgebakend contact en spreek af wie de heteroanamnese controleert. Noteer ook welke informatie over mobiliteit en valgeschiedenis je in deze eerste proef wilt volgen. Laat de geriatrische domeinbeoordeling niet meteen uitgroeien tot een volledige nieuwe werkwijze. Bespreek na het eerste contact wat klopt, wat ontbreekt en welke stap je daarna veilig kunt uitbreiden. [7] [8] [1]
De Klinisch-Geriatrische Intake past bij het eerste brede gesprek waarin heteroanamnese, cognitie en het vervolg van het contact samen worden vastgelegd. Geef mobiliteit en valgeschiedenis een eigen onderdeel en vermeld de bron per passage. De vorm helpt het team het startpunt terug te vinden, maar jij controleert de inhoud voordat iets wordt opgeslagen. Gebruik een andere vorm wanneer het latere contact een vervolg of specifieke evaluatie vraagt. [2] [1] [11]
Een Comprehensive Geriatric Assessment past wanneer meerdere domeinen van een oudere in samenhang worden besproken. Orden valgeschiedenis, voedingsstatus en het vervolg van het contact naast mobiliteit en heteroanamnese, met de bron zichtbaar. Cognitie krijgt geen automatische interpretatie door de gekozen vorm. Jij bepaalt welke informatie relevant is voor de geriatrische domeinbeoordeling en controleert het geheel vóór opslag. Een vervolg kan later een kortere, gerichte vorm vragen. [3] [1] [11]
Bij de keuze voor dit familiegesprek zet de vorm cognitie, mobiliteit en het vervolg van het contact bij elkaar, klaar voor jouw controle. Werk daarbij vanuit heteroanamnese en verbind dat met valgeschiedenis en de bron, voordat het onderdeel wordt van de geriatrische domeinbeoordeling. Rond dit gesprek blijft de klinisch geriater eindverantwoordelijk voor de uiteindelijke duiding. [4] [1] [11]
Het Klinisch-Geriatrisch SOEP-Verslag past bij een lopend traject waarin subjectieve informatie, observaties, beoordeling en plan uit elkaar moeten blijven. Zet voedingsstatus en heteroanamnese onder de brongebonden onderdelen en beschrijf mobiliteit en valgeschiedenis waar ze in dit contact aan bod kwamen. Cognitie krijgt een afzonderlijke plek voor jouw beoordeling. De structuur ondersteunt teruglezen, maar de klinisch geriater bepaalt de inhoud en het vervolg. [5] [1] [11]
Er is geen vaste volgorde die voor ieder geriatrisch contact werkt. Kies een intake voor het startpunt, een vervolg- of consultvorm voor een bestaande vraag en een bredere beoordeling wanneer meerdere domeinen samenkomen. Gebruik cognitie alleen wanneer het contact die informatie draagt. Valgeschiedenis, voedingsstatus en heteroanamnese blijven afzonderlijk herleidbaar. Jij kiest de passende vorm op basis van het doel van dit gesprek, niet op basis van gewoonte. [1] [2] [11]
Gebruik een intake om de voedingsstatus en de overige uitgangssituatie bij het begin van een traject vast te leggen. Een vervolgnotitie is geschikter wanneer je wilt beschrijven wat sinds het vorige contact is veranderd. Koppel mobiliteit en valgeschiedenis aan het contact waarin ze zijn besproken en vermeld de bron van een heteroanamnese. Zo blijft zichtbaar welke informatie nieuw is en welke al eerder in de geriatrische domeinbeoordeling stond. [1] [2] [11]
Noteer na een vervolgmoment de aanleiding, wat is besproken of onderzocht en welke afspraken daaruit volgden. Beschrijf mobiliteit in de bewoordingen van de bron en voeg geen operatieve of andere details toe die niet in het contact voorkomen. Heteroanamnese en cognitie krijgen hun eigen herkomst, terwijl valgeschiedenis apart herkenbaar blijft. Beperk de tekst tot dit contact, zodat het volgende teamlid de ontwikkeling kan volgen. [1] [2] [11]
Een overdracht over heteroanamnese bevat ten minste de bron, de ontvanger en het doel waarvoor je de informatie deelt. Controleer toestemming voordat de tekst naar een ander teamlid of een andere zorgprofessional gaat. Mobiliteit en cognitie blijven gekoppeld aan het juiste contactmoment en de valgeschiedenis krijgt een eigen label. De ontvanger moet kunnen terugzien wat letterlijk is aangeleverd en wat nog een inhoudelijke beoordeling door de zorgprofessional vraagt. [1] [2] [11]
Scheid bij valgeschiedenis drie lagen: wat de patiënt of naaste vertelt, wat jij observeert en welke betekenis je daar professioneel aan geeft. Zet bij elk onderdeel de bronrol en het contactmoment. Mobiliteit, heteroanamnese en cognitie mogen in hetzelfde verslag staan, maar worden niet als één feit samengevat. Zo blijft duidelijk welke informatie afkomstig is van een ander en welke passage jouw beoordeling weergeeft. [1] [2] [11]
Vergelijk cognitie tussen contacten aan de hand van dezelfde afgesproken aandachtspunten. Noteer eerst wat elk contact werkelijk bevat en benoem pas daarna een verandering die door de bron wordt ondersteund. Houd valgeschiedenis, mobiliteit en heteroanamnese erbij als context, zonder een ontbrekend gegeven zelf aan te vullen. Licht een afwijkende werkwijze kort toe, zodat de geriatrische domeinbeoordeling later navolgbaar blijft. [1] [2] [11]
Schrijf in de anamnese eerst de hulpvraag en het beloop in de woorden van de bron. Voeg cognitie alleen toe wanneer die tijdens het consult daadwerkelijk is besproken of aangeleverd. Leg de herkomst van een heteroanamnese apart vast en houd valgeschiedenis herkenbaar. Mobiliteit kan als context worden genoemd, maar mag niet door Hysio worden aangevuld. Daarmee blijft de anamnese een eerlijk verslag van dit contact. [1] [11]
Leg bij voedingsstatus vast wie de informatie heeft gegeven: de patiënt, een naaste, een verwijzer of een andere genoemde bron. Zet die bronrol naast de inhoud en houd hem gescheiden van je eigen observatie. Mobiliteit en cognitie krijgen alleen een plaats wanneer ze door dezelfde of een andere bron zijn ingebracht. Noteer toestemming voor heteroanamnese afzonderlijk wanneer delen met anderen aan de orde is. [1] [13] [11]
Bij een meetmoment rond mobiliteit noteer je het gebruikte instrument, de eenheid, de datum en het tijdstip zoals de bron ze aanlevert. Beschrijf de uitkomst zonder er zelf een klinische conclusie aan te verbinden. Heteroanamnese en cognitie krijgen hun eigen bronvermelding, zodat een latere vergelijking eerlijk blijft. Jij bepaalt de professionele betekenis pas nadat het meetgegeven en de herkomst volledig zijn gecontroleerd. [1] [11]
Verbind heteroanamnese met het onderzoek, de datum en de bron waaruit de uitslag komt. Geef jouw beoordeling van cognitie een afzonderlijke plek, zodat de tekst niet doet alsof de uitslag zelf al een conclusie bevat. Mobiliteit en valgeschiedenis horen alleen bij dit onderdeel wanneer ze in hetzelfde contact zijn besproken. Controleer of de lezer kan onderscheiden wat is aangeleverd en wat jij duidt. [1] [11] [13]
Hysio kan een aangeleverd verslag over valgeschiedenis ordenen, maar beoordeelt geen beelden en maakt geen eigen beeldinterpretatie van cognitie. Neem de bron, datum en formulering van het verslag over zoals ze zijn aangeleverd. Heteroanamnese en voedingsstatus blijven afzonderlijk herkenbaar. Jij of de bevoegde zorgprofessional beoordeelt de medische betekenis. Bij twijfel vraag je de bron om verduidelijking voordat de passage onderdeel wordt van het dossier. [10] [9] [11]
Kies vaktermen die het geriatrische team al gebruikt voor cognitie en leg een afkorting bij eerste gebruik uit. Spreek af hoe mobiliteit, valgeschiedenis, voedingsstatus en heteroanamnese worden benoemd, zodat collega's dezelfde onderdelen herkennen. Houd de lijst kort en praktisch en pas haar aan wanneer de lokale werkwijze verandert. Een vaste term helpt bij terugvinden, maar vervangt geen inhoudelijke controle van de tekst. [1] [11]
Noteer bij voedingsstatus of de informatie van de patiënt, een naaste of een verwijzer komt. Beschrijf de heteroanamnese als afzonderlijke bron en leg vast of toestemming nodig was voor het delen ervan. Mobiliteit en cognitie krijgen alleen dezelfde context wanneer de bron dat ondersteunt; voeg geen aannames toe over de naaste. Zo blijft de herkomst van elk onderdeel zichtbaar wanneer meerdere familieleden informatie geven. [1] [13] [11]
Het team heeft bij mobiliteit vooral een duidelijke bronrol, een herkenbaar contactmoment en een eigenaar voor het vervolg nodig. Leg vast welke discipline de informatie aanleverde en wie de volgende stap oppakt. Valgeschiedenis, heteroanamnese en cognitie blijven als aparte onderdelen terug te vinden, met de gezamenlijke bron als houvast. Vermijd dubbele uitvraag door in het team af te spreken wie welk onderdeel controleert. [1] [2] [13]
Laat een voorbeeldcasus het echte contact, heteroanamnese en het vervolg zien, maar verzin daarbij nooit zelf een diagnose. Mobiliteit, valgeschiedenis en cognitie horen in die casus bij hetzelfde, herleidbare contact binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Gebruik uitsluitend geanonimiseerde of verzonnen gegevens die niet naar een echte patiënt herleiden. [1] [11] [2]
Beperk een overdracht over valgeschiedenis tot de informatie die de ontvanger nodig heeft voor het afgesproken doel. Vermeld de bron en laat voedingsstatus, heteroanamnese en mobiliteit alleen meelopen wanneer ze voor dat doel relevant zijn. Voeg geen eigen conclusie toe aan de woorden van de bron. De ontvanger beoordeelt de informatie verder binnen de eigen professionele verantwoordelijkheid en kan de passage terugvinden in het oorspronkelijke contact. [10] [8] [13] [11]
Hysio ordent valgeschiedenis, maar stelt zelf nooit een diagnose of indicatie; die betekenis bepaalt de klinisch geriater. Heteroanamnese en cognitie krijgen daarbij hun eigen, apart genoteerde herkomst, terwijl mobiliteit bij de diagnosevraag los blijft staan van de geriatrische domeinbeoordeling. Die grens bewaakt Hysio bewust, ook wanneer een uitslag eenduidig lijkt. [9] [1] [11]
Jij controleert cognitie vóór opslag en bepaalt welke informatie in het dossier thuishoort. Hysio kan valgeschiedenis en heteroanamnese overzichtelijk naast elkaar zetten, maar neemt de professionele beoordeling van mobiliteit of cognitie niet over. Controleer de bron, de datum en de formulering van het contact. Corrigeer een onjuiste koppeling voordat je opslaat en laat een voorgestelde tekst nooit doorgaan als een goedgekeurde eindversie. [1] [9] [13]
Als voedingsstatus ontbreekt, noteer je dat expliciet als ontbrekend of niet besproken. Vul geen datum, waarde of conclusie in om een leeg onderdeel te verhullen. Mobiliteit en valgeschiedenis mogen worden beschreven wanneer daar wel een bron voor is, zonder te doen alsof de geriatrische domeinbeoordeling compleet is. Voeg nieuwe informatie later handmatig toe nadat die daadwerkelijk is besproken of aangeleverd. [1] [9] [11]
Gebruik Hysio bij een acute situatie niet voor triage of een spoedbeslissing. Laat de bevoegde zorgprofessional eerst de urgentie beoordelen volgens de lokale procedure. Daarna kun je mobiliteit, valgeschiedenis, heteroanamnese en cognitie vastleggen met hun herkomst. De volgorde van de tekst verandert niets aan de medische beslissing. Bij twijfel over urgentie neem je eerst contact op met de dienstdoende collega. [9] [8] [11]
Controleer eerst doel, toestemming en ontvanger, voordat je heteroanamnese met iemand deelt; noteer alleen wat daadwerkelijk is afgesproken. Mobiliteit en cognitie blijven daarbij gekoppeld aan hetzelfde, herleidbare contact binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Leg vast met wie precies is afgesproken en via welk kanaal dat gebeurde. [8] [13] [1]
Hysio zet valgeschiedenis onder een kopje, maar kiest zelf nooit een behandeling of operatie; de klinisch geriater bewaakt dat zelf. Heteroanamnese en mobiliteit horen bij hetzelfde behandelplan, zonder dat Hysio daarin meebeslist over de geriatrische domeinbeoordeling. Hysio blijft daarbij nadrukkelijk buiten elke medische afweging over vervolgstappen. [9] [10] [11]
Laat onzekerheid over cognitie zichtbaar in het verslag en schrijf mobiliteit niet stelliger dan de bron toelaat. Noteer welke vraag openstaat, wie de informatie gaf en welk vervolg is afgesproken. Valgeschiedenis en heteroanamnese blijven aan het betrokken contact gekoppeld, maar leveren geen automatische verklaring. Jij bepaalt of aanvullende beoordeling nodig is en bewaakt dat een voorlopige indruk niet als vaststaand feit wordt gelezen. [1] [11] [9]
Bewaar beide lezingen wanneer bronnen verschillen over voedingsstatus, en noteer hun herkomst voordat je zelf een keuze maakt. Mobiliteit en valgeschiedenis beschrijf je intussen in dezelfde bewoordingen als de bron, aansluitend op heteroanamnese, als onderdeel van de geriatrische domeinbeoordeling. Vermeld daarbij expliciet welke bron met welke lezing overeenkomt. [1] [13] [11]
Neem medicatie en de bijbehorende metingen rond mobiliteit letterlijk over, mét bron, dosering en eenheid; de klinisch geriater beoordeelt dat daarna zelf. Heteroanamnese en cognitie horen bij dezelfde medicatie- of meetnotitie, zonder eigen interpretatie vooruitlopend op de geriatrische domeinbeoordeling. Herhaal die controle bij elke volgende meting, ook als de uitslag onveranderd lijkt. [1] [11] [9]
Lees vóór opslag de tekst over heteroanamnese terug naast de bron en de datum. Controleer of cognitie, mobiliteit en valgeschiedenis aan het juiste contact en de juiste bron zijn gekoppeld. Herstel een verkeerde formulering of ontbrekend bronlabel direct, zolang het verslag nog niet definitief is. Jij voert deze laatste inhoudelijke controle uit; Hysio maakt de ordening maar keurt niets zelfstandig goed. [1] [8] [9] [13]
Bereid een teamoverdracht over heteroanamnese voor door vooraf een eigenaar aan te wijzen voor nalezen en vervolg. Bepaal welke informatie over cognitie de ontvanger werkelijk nodig heeft en laat overige details in het brondossier. Mobiliteit en valgeschiedenis krijgen hun eigen herkomst en contactmoment. Vermeld het doel van de overdracht, zodat iedereen weet welke vraag openstaat en wie daarop terugkomt. [10] [8] [13] [2]
Gebruik voor valgeschiedenis vaste koppen en spreek af welke termen jullie voor voedingsstatus hanteren. Leg ook vast wie de geriatrische domeinbeoordeling controleert en wie een wijziging accordeert. Cognitie en mobiliteit volgen dezelfde afspraak, zonder dat alle onderdelen in één algemene tekst verdwijnen. Deel de korte werkwijze met nieuwe collega's en bespreek haar opnieuw wanneer de samenstelling of dossierstructuur verandert. [1] [2] [10]
Test cognitie eerst in één afgebakend contact en verzamel daar de eerste correcties op mobiliteit; breid pas verder uit zodra het klopt. Valgeschiedenis en voedingsstatus horen bij diezelfde kleine proef, met de bron als controle voor de geriatrische domeinbeoordeling. Betrek bij die eerste proef bewust een collega die kritisch meekijkt. [7] [8] [1]
Toets voedingsstatus aan de lokale koppen van je team en heteroanamnese aan de geldende autorisaties; laat een aangewezen collega dat vervolgens controleren. Mobiliteit en valgeschiedenis pas je in dezelfde stap aan lokale afspraken aan, binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Documenteer elke aanpassing kort, zodat de reden ervan later te herleiden is. [10] [1] [11]
Gebruik een zoekvraag die een klinisch geriater in de praktijk ook echt stelt, met mobiliteit als vakterm, en vermijd brede, algemene taal. Heteroanamnese en cognitie horen bij hetzelfde zoekgedrag, met valgeschiedenis als randvoorwaarde voor de geriatrische domeinbeoordeling. Test die zoekvraag vooraf samen met een collega die de term herkent. [1] [11] [2]
Meet rond heteroanamnese afzonderlijk het opstellen, de controle en de correcties. Noteer waardoor tijd verloren ging, bijvoorbeeld een onduidelijke bron, een ontbrekende toestemming of een extra terugvraag. Geef zorgvuldigheid voorrang boven een vooraf beloofd percentage en vergelijk metingen binnen hetzelfde team. Gebruik de uitkomst om de werkwijze te verbeteren, niet om een medische kwaliteit of resultaat te beloven. [1] [10] [7]
Lees voor valgeschiedenis eerst de centrale proefvoorwaarden na en gebruik de proefperiode om voedingsstatus te beoordelen binnen de geriatrische domeinbeoordeling. Heteroanamnese en mobiliteit horen bij diezelfde proef, met de bron als uitgangspunt voor de klinisch geriater. Rond die proefperiode af met een kort, gezamenlijk evaluatiemoment binnen het team. [7] [6] [8]
Voor de abonnementsvoorwaarden kijk je bij Prijzen; voor gegevensgebruik en privacy bij Juridisch. Cognitie en mobiliteit zijn onderwerpen in het geriatrische verslag en krijgen geen eigen Hysio-tarief. De centrale informatie helpt bij het beoordelen van het platform. Welke gegevens van patiënt, naaste of verwijzer relevant zijn voor het geriatrische dossier, bepaal je vanuit het contact en je professionele verantwoordelijkheid. [6] [8] [9]
Leg binnen het team vast hoe je voedingsstatus, cognitie en afkortingen schrijft. Koppel lokale termen aan begrijpelijke omschrijvingen, zodat nieuwe collega's en andere disciplines de notitie kunnen volgen. Gebruik dezelfde afspraken voor valgeschiedenis en heteroanamnese, maar houd de bronrol zichtbaar. Beheer de terminologielijst op één afgesproken plek en herzie haar wanneer de geriatrische domeinbeoordeling of de lokale werkwijze verandert. [1] [10] [11]
Orden een complexe casus rond mobiliteit eerst per contact en daarna per bron. Zet valgeschiedenis, heteroanamnese, cognitie en voedingsstatus onder herkenbare onderdelen en noteer welke informatie werkelijk is aangeleverd. Beschrijf bevindingen en vervolg zonder extra diagnose of conclusie. Controleer de tijdlijn en laat de klinisch geriater de uiteindelijke duiding bepalen. Zo blijft de casus leesbaar voor het hele team. [1] [11] [2] [9]
Het geldende beroepskader bepaalt welke informatie zorgvuldig en herleidbaar wordt vastgelegd.