Vastleggen
Houd je aandacht bij het zorgcontact.
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
Hysio Registerpodologie
Hysio ordent registerpodologische zorg rond hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, ICF en afgesproken vervolg.
Gestructureerd verslag in jouw vaktaal
Van zorgcontact naar verslag
Hysio zet gesproken informatie om in een verslag. Kies de verslagvorm voor het gesprek dat je vastlegt.
Vastleggen
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
AI-assistenten
Jij controleert en bepaalt wat je opslaat.
In je werkdag
Meer aandacht voor het gesprek, minder typewerk erna.
Maak relevante uitspraken, je eigen bevindingen en afspraken hoorbaar. Zo kun je ze terugvinden in je verslag.
De informatie komt onder de koppen van de gekozen verslagvorm, zodat je die per onderdeel kunt nalopen.
Controleer namen, feiten en afspraken. Pas de tekst waar nodig aan voordat je het verslag in je dossier gebruikt.
Zelf ervaren
Probeer Hysio 14 dagen gratis of plan een persoonlijke demo.
Voor je team
Kort antwoord
Hysio onderscheidt registerpodologie scherp van podotherapie en medisch-pedicurezorg. Hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en afspraken blijven afzonderlijk herleidbaar. De registerpodoloog bepaalt de professionele betekenis. Hysio maakt geen BIG- of podotherapeutische bevoegdheidsclaim.
Hieronder staat per contactdoel welke broninformatie de verslagstructuur kan ordenen, welke vakgrenzen gelden en welke beoordeling bij de registerpodoloog blijft.
Hysio Registerpodologisch Consult blijft voor het voetfunctiedossier een vorm rond een registerpodologisch consult met doel, voetobservatie, loopbeeld, interventie en vervolg. Dit geldt voor een contact met voet- en loopanalyse. Hulpvraag, voetobservatie, loopbeeld, ICF en professionele conclusie houden ieder hun eigen herkomst bij de aanmelding en de screening op directe toegankelijkheid in het voetfunctiedossier. Toets bij de aanmelding en de screening op directe toegankelijkheid voetstand, loopbeeld en ICF-ordening zonder daar een podotherapeutische bevoegdheid aan toe te schrijven. [1] [3]
Voor de registerpodologische intake met hulpvraag, screening, verwachtingen en relevante voorgeschiedenis is Hysio Registerpodologische Intake binnen het voetfunctiedossier. Deze vorm sluit aan bij een contact met voet- en loopanalyse. In het voetfunctiedossier koppelt de registerpodoloog "Samenvatting" aan de eerste informatiebron. "Aanmelding en vervolg" blijft voor een contact met voet- en loopanalyse afzonderlijk leesbaar. Een ontbrekende voetafdruk, loopbevinding of PSK-score wordt niet uit andere informatie berekend als informatie over de hulpvraag en verwachtingen ontbreekt. Toets bij de hulpvraag en verwachtingen voetstand, loopbeeld en ICF-ordening zonder daar een podotherapeutische bevoegdheid aan toe te schrijven. [1] [4]
Hysio Registerpodologisch Onderzoek is voor voet- en looponderzoek met eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie in het voetfunctiedossier. Bij een contact met voet- en loopanalyse houdt de registerpodoloog hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie afzonderlijk herkenbaar. Voet, loopmoment, PSK of N(P)RS en datum van het onderzoek maken klinimetrie herleidbaar bij de vastlegging van de voetobservatie. De registerpodoloog bepaalt ICF-ordening, podologische conclusie en gekozen voorziening voor de duiding van de voetobservatie. [1] [5]
Voor een registerpodologische evaluatie met doelbereik, functioneren, PROM of PREM en afsluiting is Hysio Registerpodologische Evaluatie als toekomstige vorm van het voetfunctiedossier. De opzet houdt "Samenvatting" los van "Evaluatiekader" en laat een niet-vastgestelde uitkomst open. Een podologische analyse mag niet klinken als podotherapeutische diagnose of wettelijke bevoegdheidsclaim bij de formulering van het loop- en bewegingsonderzoek. Toets bij het loop- en bewegingsonderzoek voetstand, loopbeeld en ICF-ordening zonder daar een podotherapeutische bevoegdheid aan toe te schrijven. [1] [6]
Orden voetobservatie, loopbeeld en professionele conclusie als afzonderlijke informatiebronnen. Een ontbrekende voetafdruk of PSK-score blijft open; de verslagvorm berekent niets uit andere informatie. De registerpodoloog beoordeelt zelf de ICF-ordening, de podologische conclusie en de betekenis van een werkelijk afgenomen N(P)RS of andere uitkomstmaat. Leg iedere bron en meetdatum afzonderlijk vast. [1] [2] [3]
De verslagopzet voor voet- en loopanalyse blijft voor een contact met voet- en loopanalyse een vakgericht ontwerp en maakt geen podotherapeutische diagnose, BIG-bevoegdheidsclaim of behandelkeuze. Ontbreekt de ICF-ordening, dan laat de registerpodoloog die plaats in het voetfunctiedossier open. Een podologische analyse mag niet klinken als podotherapeutische diagnose of wettelijke bevoegdheidsclaim bij de formulering van de ICF-ordening. Alleen de registerpodoloog kan voor het voetfunctiedossier een conclusie of keuze toevoegen. [1] [2] [3]
In het voetfunctiedossier scheidt de registerpodoloog hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie op basis van hun werkelijke herkomst. Wat de cliënt zelf meldt over pijn, belasting of schoeisel blijft gescheiden van wat jij tijdens het looponderzoek hebt waargenomen. Professionele duiding krijgt een eigen herkomst en beoordeling. [1] [2] [3]
Vóór opslag in het voetfunctiedossier legt de registerpodoloog voet, loopmoment, PSK of N(P)RS, voetafdruk en datum van het onderzoek naast de oorspronkelijke notitie. Toets bij het therapiezooladvies of een oefenafspraak voetstand, loopbeeld en ICF-ordening zonder daar een podotherapeutische bevoegdheid aan toe te schrijven. De registerpodoloog bewaart later alleen een versie van het voetfunctiedossier waarvan herkomst en vakterm kloppen. [1] [2] [3]
Het voetfunctiedossier wordt niet automatisch aan ieder medisch dossiersysteem gekoppeld. Bij overdracht van het voetfunctiedossier beoordeelt de registerpodoloog specifiek voet, zijde, voetafdruk, loopbeeld, ICF-ordening en een expliciet afgenomen PSK of N(P)RS. De praktijkwerkwijze voor het voetfunctiedossier bepaalt het formaat binnen een praktijk voor voetfunctiezorg. Toegang en versiebeheer blijven aan het voetfunctiedossier gekoppeld. De verslagopzet voor voet- en loopanalyse bewijst voor het voetfunctiedossier geen technische integratie; de overdracht blijft mensenwerk. [1] [2] [6]
Voor het voetfunctiedossier kiest de registerpodoloog tussen consult, intake, voet- en looponderzoek en evaluatie op basis van het werkelijke contactdoel. De intake ordent hulpvraag en screening, het onderzoek ordent voet- en loopbevindingen met ICF, het consult beschrijft lopende zorg en de evaluatie legt functioneren en afsluiting vast. In het voetfunctiedossier maakt de registerpodoloog steeds de uiteindelijke keuze tussen deze vier vormen. [1] [2] [6]
Leg aanmelding en screening op directe toegankelijkheid in het voetfunctiedossier vast als twee herleidbare stappen. De registerpodoloog noteert de hulpvraag, de gegeven antwoorden en het werkelijk gekozen vervolg zonder ontbrekende screeningsinformatie aan te vullen. ICF-ordening en podologische conclusie volgen pas na het passende onderzoek. Binnen Hysio Registerpodologische Intake blijven deze twee stappen als eigen bronnen herkenbaar, ook wanneer een screeningsvraag later alsnog wordt beantwoord. [2] [4]
De hulpvraag en verwachtingen worden in het voetfunctiedossier als cliëntinformatie bewaard. Voetobservatie, looponderzoek, een voetafdruk en een PSK- of N(P)RS-score krijgen elk hun eigen brongegevens en meetmoment. De registerpodoloog voegt ICF-ordening en de podologische conclusie daarna apart toe. De intakevorm verwart een verwachting daarbij niet met een gemeten onderzoeksuitkomst. [2] [4]
Binnen de vijf stappen van methodisch handelen en verslaglegging leg je de voetobservatie vast in de fase waarin dit onderdeel thuishoort. Beoordeel die plaats bij een contact met voet- en loopanalyse in samenhang met de hulpvraag, het onderzoek, de professionele conclusie en het plan. De verslagvorm Hysio Registerpodologisch Onderzoek bewaart die ordening zonder rond de voetobservatie zelf een oorzaak of keuze af te leiden. Voor de voetobservatie blijft de methodische keuze bij de registerpodoloog; diegene accordeert de tekst. [2] [5]
Koppel een loopbevinding aan de onderzochte voet, zijde, testconditie, eventuele voetafdruk en datum van het onderzoek. Een cliëntscore en een waargenomen looppatroon blijven afzonderlijke bronnen. Bij afwijkende registraties vergelijkt de registerpodoloog de oorspronkelijke notities voordat de ICF-ordening wordt aangepast. De verslagvorm kiest geen podologische conclusie of voorziening. [2] [5]
In het voetfunctiedossier geeft de registerpodoloog PSK of N(P)RS dezelfde zekerheid als de oorspronkelijke bron. Voor PSK of N(P)RS vergelijkt de behandelaar in het voetfunctiedossier de vakterm met het zorgdoel van een contact met voet- en loopanalyse. De professionele betekenis blijft mensenwerk. Binnen Hysio Registerpodologisch Onderzoek blijft een score daardoor een genoteerde waarde met schaal en datum, niet een uitspraak over herstel of effect. [2] [5]
Voor de ICF-ordening zijn de hulpvraag, de beperkte activiteit, de omgevingsfactor en de persoonlijke factor nodig, telkens zoals de cliënt of het onderzoek ze heeft opgeleverd. Noteer per gegeven de bron en het moment. De registerpodoloog bepaalt welke context doelgebonden relevant is en controleert de tekst vóór opslag. [2] [3]
Koppel een podologische conclusie in het voetfunctiedossier alleen aan een meting of observatie die bij een contact met voet- en loopanalyse werkelijk is uitgevoerd. De registerpodoloog noteert de bekende methode, plaats of zijde, uitkomst en datum voor zover die uit de bron blijken. Passende voorbeelden zijn PSK, N(P)RS, voetafdruk, loopobservatie of andere klinimetrie wanneer jij die werkelijk afneemt, maar alleen een werkelijk gebruikte observatie of maat hoort in het verslag. De professionele betekenis blijft ter beoordeling van de registerpodoloog. [2] [3]
Verbind een therapiezool of oefenafspraak in het voetfunctiedossier aan het vastgestelde doel, de voet- en loopbevindingen en de instemming van de cliënt. De registerpodoloog vermeldt wie de vervolgactie uitvoert en wanneer PSK, N(P)RS of functioneren opnieuw wordt besproken. Deze verslagvorm maakt niet zelf een voorzieningskeuze. De podologische conclusie blijft professioneel werk. [2] [3]
Voor een evaluatie en een PREM of PROM is Hysio Registerpodologische Evaluatie de verslagvorm die het dichtst bij een contact met voet- en loopanalyse aansluit. In het voetfunctiedossier vergelijkt de registerpodoloog de vereiste bronset en indeling met het werkelijke verslagmoment. De verslagopzet voor voet- en loopanalyse selecteert daarbij niets zelfstandig. De registerpodoloog bepaalt ICF-ordening, podologische conclusie en gekozen voorziening voor de duiding van een evaluatie en een PREM of PROM. [2] [6]
Bij afsluiting benoemt het voetfunctiedossier afzonderlijk het hulpvraagresultaat, het loopbeeld, een werkelijk afgenomen PROM of PREM en resterende afspraken. De registerpodoloog houdt onzekere of ontbrekende uitkomsten open en vermeldt welk vervolg met de cliënt is besproken. De registerpodoloog voert de eindbeoordeling uit en zorgt voor veilige opslag. [2] [6]
De LOOP-richtlijn en KABIZ-informatie vormen private kwaliteitsbronnen; registerpodoloog heeft geen wettelijke artikel 3-titelbescherming. Het voetfunctiedossier noemt de LOOP-richtlijn voor methodisch handelen en verslaglegging podologie met uitgever, datum en bronsoort. Bij een contact met voet- en loopanalyse toont het voetfunctiedossier de juridische status. Een praktijk voor voetfunctiezorg scheidt beroepsnormen van overheidsregels. [10] [7] [8] [12]
De LOOP-richtlijn uit 2020 ordent aanmelding, voetobservatie, looponderzoek, klinimetrie, ICF, conclusie en evaluatie in het voetfunctiedossier. Voor de hulpvraag en verwachtingen gebruikt de registerpodoloog alleen het toepasselijke deel van de LOOP-richtlijn voor methodisch handelen en verslaglegging podologie. Het voetfunctiedossier bewaart documentversie en reikwijdte. Bij een contact met voet- en loopanalyse blijft een lokale afspraak herkenbaar lokaal. [10] [9] [11]
De naam registerpodoloog en merkbescherming zijn privaat; ze geven geen BIG-status en mogen niet met podotherapie worden vereenzelvigd. De wettelijke positie van registerpodoloog staat in het voetfunctiedossier los van een tweede zorgrol. De registerpodoloog vermeldt alleen een aantoonbare status voor een contact met voet- en loopanalyse. Een andere hoedanigheid wordt voor het voetfunctiedossier apart getoetst. [12]
Bij een klacht houdt de registerpodologiepraktijk Wkkgz-verplichtingen, registerregels en eventuele geschillenroute juridisch gescheiden. Na een contact met voet- en loopanalyse krijgt een melding in het voetfunctiedossier feiten, datum en opvolging. Een praktijk voor voetfunctiezorg kiest de toepasselijke klachtenprocedure. Het voetfunctiedossier bevat feiten en geen zelfstandig juridisch oordeel. [14]
De bewaartermijn wordt gekoppeld aan de concrete zorgrelatie en toepasselijke wet, niet uitsluitend aan LOOP- of KABIZ-documenten. Voor het voetfunctiedossier legt de registerpodoloog vast welke zorgrelatie, wet en beleidsversie de bewaartermijn ondersteunen. LOOP- of KABIZ-documenten worden daarbij als eigen bronsoort gelezen en leveren zonder die context geen zelfstandige algemene termijn op. [10] [9] [11] [13]
KABIZ-registratie ondersteunt private kwaliteitsborging en wordt met geldigheidsdatum genoemd zonder wettelijke bevoegdheid te suggereren. De registerpodoloog vermeldt KABIZ, de toepasselijke criteriaperiode en de datum van de registercontrole. Het voetfunctiedossier maakt duidelijk dat deze private kwaliteitsborging geen BIG-status of bevoegdheid als podotherapeut verleent. De geldigheid wordt opnieuw geverifieerd wanneer de criteriaperiode verandert. [7] [8] [12]
Bij voetonderzoek leg je de gestelde vraag en het antwoord vast; een besproken opname of overdracht krijgt een afzonderlijke, herleidbare vermelding. Bij voet- en looponderzoek worden de gestelde vraag, het antwoord en de datum van het onderzoek als één herleidbaar contactgegeven vastgelegd. Een besproken opname of overdracht krijgt daarnaast een concreet doel en een geverifieerde ontvanger. De registerpodoloog maakt van stilte of routine geen instemming. [4] [10] [9] [11]
Deel een registerpodologisch verslag alleen doelgebonden, met relevante voet- en loopgegevens en een geverifieerde ontvanger. Voor overdracht uit het voetfunctiedossier toetst de registerpodoloog zorgdoel, ontvanger en gegevensomvang. Bij een contact met voet- en loopanalyse houdt het voetfunctiedossier het cliëntwoord apart van hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie. Een praktijk voor voetfunctiezorg gebruikt de geverifieerde bestemming en lokale verzendwijze. [6] [10] [9] [11] [13]
De registerpodoloog bepaalt ICF-ordening en podologische conclusie; Hysio maakt daar geen podotherapeutische diagnose van. In het voetfunctiedossier kan de indeling hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie scheiden. Voor een contact met voet- en loopanalyse bepaalt de registerpodoloog zelf de duiding. Het vervolg in het voetfunctiedossier en de bewaarde versie blijven professioneel werk. [2] [3]
Toets nieuwe LOOP- en KABIZ-versies op datum, doelgroep en gewijzigde eisen vóór actualisatie van dossierclaims. De registerpodoloog vergelijkt de LOOP-richtlijn en beroepscode met de toepasselijke KABIZ-criteria op versie en doelgroep. Het voetfunctiedossier neemt een wijziging pas over nadat de ingangsdatum en gevolgen voor verslaglegging zijn vastgesteld. [10] [9] [7] [8]
Leg een PSK, N(P)RS, voetafdruk of loopobservatie alleen vast wanneer de gebruikte methode en het onderzoekscontact uit de bron blijken. Vermeld bij een score de schaal, waarde en datum; koppel een voetafdruk aan de juiste voet en het passende meetmoment. De verslagvorm berekent geen ontbrekende uitkomst. De registerpodoloog bepaalt hoe de bevinding binnen ICF wordt geordend en welke podologische betekenis zij krijgt. [2] [5] [10]
Bij een contact met voet- en loopanalyse gebruikt de registerpodoloog voor hulpvraag en verwachtingen alleen professioneel vastgelegde vaktaal. Een vakterm blijft gekoppeld aan de bron die hem uitsprak en aan het moment waarop dat gebeurde. De behandelaar beoordeelt noodzaak, precisie en leesbaarheid vóór opslag. [2] [3] [10] [9] [11]
De registerpodoloog houdt het betreffende deel van het voetfunctiedossier leeg als de bron na een contact met voet- en loopanalyse geen informatie over de voetobservatie bevat. Een niet-benoemd detail over voet, loopmoment, PSK of N(P)RS, voetafdruk en datum van het onderzoek blijft onbekend. De registerpodoloog vraagt gericht na of vermeldt in het voetfunctiedossier dat informatie over de voetobservatie ontbreekt. [2] [3]
Bij tegenspraak over het loop- en bewegingsonderzoek bewaart de registerpodoloog in het voetfunctiedossier bron, moment en bewoording afzonderlijk. Tijdens een contact met voet- en loopanalyse vergelijkt de registerpodoloog de betrokken delen van hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie. Een loopbevinding wordt gecorrigeerd vanuit de onderzoeksnotitie of vastgelegde afdruk bij een correctie van het loop- en bewegingsonderzoek. [2] [5]
De grens rond PSK of N(P)RS is dat de verslagopzet voor voet- en loopanalyse geen podotherapeutische diagnose, BIG-bevoegdheidsclaim of behandelkeuze maakt. Hulpvraag, voetobservatie, loopbeeld, ICF en professionele conclusie houden ieder hun eigen herkomst bij PSK of N(P)RS in het voetfunctiedossier. Een overtuigende formulering voor een contact met voet- en loopanalyse vervangt geen ontbrekende bron. De registerpodoloog bepaalt ICF-ordening, podologische conclusie en gekozen voorziening voor de duiding van een PSK- of N(P)RS-meting. [2] [3]
Gebruik ICF om de voet- of loopbevinding te onderscheiden van de gevolgen voor activiteiten en participatie. Houd een melding van de cliënt apart van jouw eigen observatie en noteer voet, zijde, onderzoeksconditie en contactdatum wanneer die bekend zijn. Een zorgwekkend signaal blijft herkenbaar, samen met het werkelijk besproken vervolg. Hysio bepaalt daarbij geen diagnose, urgentie of verwijzing; die afweging maak je zelf binnen je deskundigheidsgrens. [2] [3] [18]
Bij registerpodologisch onderzoek blijft een cliëntscore zoals PSK of N(P)RS onderscheiden van voetobservatie, loopbeeld en voetafdruk. De registerpodoloog legt voet, zijde, testconditie en datum van het onderzoek bij de bevinding vast. ICF-ordening en de podologische conclusie komen pas daarna. De geplande indeling zet deze gegevens niet om in een podotherapeutische diagnose of een zelfstandig bewijs voor de voorziening. [5]
ICF-ordening, PSK en N(P)RS worden alleen genoemd wanneer de registerpodoloog die classificatie of schaal werkelijk heeft gekozen of afgenomen. Waarde, voet, zijde, methode en datum blijven aan de onderzoeksbron gekoppeld. De verslagvorm berekent niets uit een loopobservatie of voetafdruk. De podologische conclusie en keuze voor een voorziening blijven professioneel werk. [2] [3] [10]
Hulpvraagresultaat, loopobservatie en PROM of PREM blijven verschillende evaluatiebronnen. Voor een evaluatie en een PREM of PROM volgt de registerpodoloog in het voetfunctiedossier de zekerheid van hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie. Tijdens een contact met voet- en loopanalyse blijft een gemelde verandering gescheiden van voet, loopmoment, PSK of N(P)RS, voetafdruk en datum van het onderzoek en de beoordeling door de registerpodoloog. De verslagopzet voor voet- en loopanalyse levert voor een praktijk voor voetfunctiezorg geen werkzaamheidsbewijs of causaal verband. [2] [6]
Vergelijk vóór opslag in het voetfunctiedossier voet, loopmoment, PSK of N(P)RS, voetafdruk en datum van het onderzoek met hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie. Als informatie over de afsluiting ontbreekt, blijft dat onderdeel open. De registerpodoloog verwijdert uit de verslagtekst voor het voetfunctiedossier iedere autonome podotherapeutische diagnose, BIG-bevoegdheidsclaim of behandelkeuze. Toets bij de afsluiting voetstand, loopbeeld en ICF-ordening zonder daar een podotherapeutische bevoegdheid aan toe te schrijven. [2] [6]
Een registerpodoloog kan de algemene Hysio-prijs toetsen op de prijzenpagina; Starter begint vanaf €20 per maand, exclusief btw. Dat abonnement staat los van de registerpodologische intake-, consult-, onderzoeks- en evaluatievormen. Die worden nooit automatisch geactiveerd. Er is voor de geplande beroepsvormen evenmin een apart registerpodologietarief vastgesteld. [15]
Voet-, loop- en cliëntscoregegevens worden in het voetfunctiedossier beperkt tot wat het onderzoeks- of behandeldoel nodig maakt. De registerpodologiepraktijk bepaalt onder de AVG wie toegang heeft en welke gegevens naar een geverifieerde ontvanger mogen. De registerpodoloog toetst voet, zijde en herkomst. De verslagvormen selecteren zelf geen gegevens voor overdracht. [16] [17]
Voor het voetfunctiedossier vergelijkt de registerpodoloog handmatig schrijven met dicteren. Bij een contact met voet- en loopanalyse is de Hysio-vorm voor het voetfunctiedossier een derde optie. Binnen een praktijk voor voetfunctiezorg vraagt elke werkwijze om beoordeling van hulpvraag, voetobservatie, looponderzoek, eventuele klinimetrie, ICF-ordening en podologische conclusie. Een algemene chatbot kent voet, loopmoment, PSK of N(P)RS, voetafdruk en datum van het onderzoek niet vanzelf. Voor een praktijk voor voetfunctiezorg blijft de Hysio-vorm daarmee een extra, generieke keuze naast de bestaande werkwijzen. [2]
Een registerpodologiepraktijk beoordeelt algemene Hysio-functies gedurende 14 dagen. De geplande vormen voor screening, looponderzoek en ICF zijn nog niet voor deze proef geactiveerd. Een toekomstige toets kan starten met één contact waarin voetonderzoek, loopbeeld en ICF-ordening samenkomen. De registerpodoloog definieert vooraf controlepunten voor voet, zijde, PSK of N(P)RS, bronvergelijking, podologische conclusie en tijd voor correcties. [15]
Neem een PSK- of N(P)RS-score over als cliëntscore met meetmoment en gebruikte schaal. Die uitkomst is niet hetzelfde als een objectief loopresultaat en levert geen podotherapeutische diagnose op. De registerpodoloog beoordeelt voetobservatie, gang, klinimetrie en ICF-ordening afzonderlijk. De verslagvorm berekent geen score en kiest geen voorziening. [2]
De registerpodoloog toetst hulpvraag, voet- en loopbevindingen, cliëntscore en ICF-ordening tegen de onderzoeksbronnen. De podologische conclusie en keuze voor een voorziening blijven haar professionele beslissingen. De praktijk wijst aan wie de nagelezen versie mag opslaan. De verslagvorm berekent geen score en maakt geen podotherapeutische diagnose uit losse gegevens. [2] [3]
Herstel een podologische conclusie niet door de oorspronkelijke ICF-ordening, loopbevinding of cliëntscore stilzwijgend aan te passen. De registerpodoloog corrigeert het concrete onderdeel vanuit de juiste bron en toetst voet, zijde en meetmoment opnieuw. Het voetfunctiedossier houdt de vorige registratie, de beoordelaar en de daarna geldende versie herleidbaar. [2] [3]
Ontbreekt een afspraak over therapiezool of oefening, dan raadpleegt de registerpodoloog het plan- of cliëntonderdeel van hetzelfde contact. Een voetafdruk, loopbevinding of podologische conclusie vormt op zichzelf geen instemming. Zonder bevestigende bron volgt een gerichte vraag of blijft het vervolg open. De verslagvorm kiest geen voorziening en vult geen afspraak in. [2] [3]
Een registerpodologische tijdmeting vergelijkt gelijksoortige evaluaties met bijvoorbeeld PSK, N(P)RS, PREM of PROM. Registreer de tijd voor voorwerk, dicteren, toetsing van voet- en loopgegevens, ICF-ordening, correcties en overname. Voor de geplande vormen is op dit moment nog geen tijdvoordeel gemeten. De registerpodoloog gebruikt daarom geen generiek percentage zonder lokale nulmeting. [2]
Een registerpodologiepraktijk begint met één gekozen contacttype en één vaste professionele beoordelaar die alles naleest. Voet, zijde, loopbeeld, cliëntscore, ICF-ordening, conclusie en opslag krijgen vooraf concrete controlepunten. De invoering wordt pas verbreed wanneer een kleine reeks dossiers correct, herleidbaar en lokaal overdraagbaar blijkt binnen de praktijk. [2]
Het geldende beroepskader bepaalt welke informatie zorgvuldig en herleidbaar wordt vastgelegd.