Vastleggen
Houd je aandacht bij het zorgcontact.
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
Hysio Oefentherapie
Ontdek de verslagopzet voor consult, intake, houdings- en bewegingsonderzoek, evaluatie en psychosomatische begeleiding. Bekijk hoe elk zorgcontact zijn eigen verslagvorm krijgt, met houding, bewegen en duiding gescheiden.
Gestructureerd verslag in jouw vaktaal
Van zorgcontact naar verslag
Hysio zet gesproken informatie om in een verslag. Kies de verslagvorm voor het gesprek dat je vastlegt.
Vastleggen
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
AI-assistenten
Jij controleert en bepaalt wat je opslaat.
In je werkdag
Meer aandacht voor het gesprek, minder typewerk erna.
Maak relevante uitspraken, je eigen bevindingen en afspraken hoorbaar. Zo kun je ze terugvinden in je verslag.
De informatie komt onder de koppen van de gekozen verslagvorm, zodat je die per onderdeel kunt nalopen.
Controleer namen, feiten en afspraken. Pas de tekst waar nodig aan voordat je het verslag in je dossier gebruikt.
Zelf ervaren
Probeer Hysio 14 dagen gratis of plan een persoonlijke demo.
Voor je team
Kort antwoord
Zes vormen voor behandeling, onderzoek, evaluatie en psychosomatische begeleiding.
Zes verslagvormen dekken het behandelcontact, de intake, het houdings- en bewegingsonderzoek, de evaluatie en de twee psychosomatische contacten. De opzet laat zien hoe de verslagstructuur kan aansluiten op wat jij bespreekt, observeert of evalueert.
Voor oefentherapie zijn zes vormen: consult, intake, houdings- en bewegingsonderzoek, evaluatie, psychosomatisch consult en psychosomatische intake. Welke vorm past, volgt uit het contact dat je werkelijk hebt uitgevoerd. Zo blijft een behandelzitting een dagjournaal, een onderzoekscontact een onderzoeksverslag en een evaluatiegesprek een evaluatie. Jij beoordeelt houding, beweging, professionele duiding en de definitieve dossiernotatie. [2] [3] [4] [5] [6] [7] [9] [10]
Deze vorm zet een behandelcontact om in een oefentherapeutisch dagjournaal met een compacte samenvatting erboven. De ervaring van de cliënt, uitgevoerde verrichtingen, de evaluatie van cliënt en oefentherapeut en de afspraken tot het volgende contact blijven herkenbaar van elkaar gescheiden. De SOEP-ordening is daarbij een praktisch hulpmiddel voor het dagjournaal en geen verplichting uit de VvOCM-richtlijn. [2] [10] [8]
Deze vorm ordent een eerste gesprek volgens de ODIM-lijn: van aanmelding en anamnese via activiteitenonderzoek en specifiek onderzoek naar de oefentherapeutische analyse en het afgesproken behandelplan. Doelen, fasering en evaluatie blijven precies zo concreet als de oefentherapeut ze uitsprak. Het plandeel bewaart hoofddoel, subdoelen, strategie, evaluatiemomenten, frequentie en het besproken akkoord van de cliënt in samenhang. [3] [8] [9]
Hysio Oefentherapeutisch Houdings- en Bewegingsonderzoek legt een los onderzoekscontact vast met activiteitenonderzoek, specifiek onderzoek, houdings- en bewegingsobservaties en een oefentherapeutische analyse. Klinimetrie krijgt een eigen plek zodra je instrument, moment en uitkomst hebt genoemd. Er hoort bewust geen behandelplan bij: dit is een onderzoeksverslag en geen volledige intake. Anamnese of beleid dat toch in de bron zit, blijft buiten de onderzoeksdelen. [4] [9] [10]
Deze vorm zet een evaluatiegesprek tijdens of aan het einde van een behandeltraject om in een verslag van doelen, productresultaat, procesverloop en vervolg. De productevaluatie gaat over doelrealisatie en het oordeel van cliënt en oefentherapeut; de procesevaluatie over inhoud, organisatie en bejegening. Reden van afsluiting, nazorg en terugvalbeleid komen er alleen in wanneer je ze hebt besproken. [5] [10] [8]
Deze vorm zet een psychosomatisch behandelcontact om in een dagjournaal in SOEP-ordening, met een compacte samenvatting erboven. Zij staat naast het gewone consult en is bedoeld voor de psychosomatische praktijk. Wat de cliënt meldt, wat de oefentherapeut waarneemt en uitvoert, de evaluatie van beiden en de afspraken tot het volgende contact blijven gescheiden; een spoor of dimensie die niet aan bod kwam blijft uit het verslag. [6] [8] [9]
De intake-opzet ordent een eerste psychosomatisch gesprek volgens SSCEGS: soma, stressoren, cognities, emoties, gedrag en sociale gevolgen. Daarna volgen vastgelegde bevindingen over spanning, adem en lichaamsbewustzijn, een expliciet uitgesproken werkdiagnose en het behandelplan op twee sporen. Dimensies of sporen die niet aan bod kwamen blijven buiten het verslag. Hysio leidt geen verklaring of behandelkeuze uit losse woorden af. [7] [9] [10]
Het consultverslag is de vorm voor een lopende behandelsessie. Noteer de hulpvraag, wat je hebt waargenomen, welke oefentherapeutische handeling is uitgevoerd en welke reactie of afspraak daaruit volgde. De oefentherapeut beoordeelt de tekst en bepaalt wat volgens de lokale dossierafspraken wordt vastgelegd. [2] [10] [8]
Voor een behandelzitting past het consult, voor een eerste gesprek de intake, voor een los onderzoekscontact het houdings- en bewegingsonderzoek en voor een doelbespreking de evaluatie. Leg per contact de hulpvraag, waarneming, gekozen vorm en afspraak vast. De oefentherapeut controleert de bron en bepaalt wat in het dossier wordt opgenomen. [2] [3] [4] [5] [6] [7] [10] [8]
Ja. De psychosomatische intake is een eigen verslagvorm binnen het oefentherapieprofiel en staat los van de gewone intake. Zij ordent soma, stressoren, cognities, emoties, gedrag en sociale gevolgen, waar de gewone intake de ODIM-lijn volgt. Het onderzoek richt zich daarbij op spanning, adem en lichaamsbewustzijn. Hysio maakt daar geen eigen psychosomatische duiding van en vult onderdelen die niet zijn besproken niet zelfstandig aan. [7] [8] [9]
Het specialistenregister onderscheidt vier erkende richtingen: psychosomatische oefentherapie, kinderoefentherapie, bekkenoefentherapie en geriatrie-oefentherapie. Elke richting kent een eigen post-hbo- of masteropleiding en een eigen registeraantekening. Het beroep is sinds ten minste 2006 direct toegankelijk, dus zonder verwijzing. Beoordeel de precieze registratie-eisen en bevoegdheden tegen de actuele beroepsbron voordat je ze in praktijkinformatie of een dossier gebruikt. [1] [8] [9]
Binnen het methodisch handelen hoort een evaluatiemoment bij stap 7, met de afsluiting als stap 8. Leg de datum van de eindevaluatie, de reden van het einde van de zorg en de verstuurde eindrapportage vast. Behandelresultaat, objectief meetresultaat, procesverloop, recidivebeleid en nazorg horen erbij wanneer je ze hebt besproken. Gebruik alleen meetinstrumenten die werkelijk zijn afgenomen en vastgelegd. [1] [9] [10]
Bij een langdurige behandeling adviseert de richtlijn een jaarlijkse voortgangsrapportage aan de huisarts. Beschrijf daarin het actuele beloop, de beoordeelde doelen, relevante uitkomsten, jouw professionele conclusie en het afgesproken vervolg. De VvOCM-richtlijn verwijst hiervoor naar HASP-paramedicus; die afsprakenset wordt herzien, dus controleer de actuele versie. Houd de rapportage beknopt en leg alleen informatie vast die daadwerkelijk is beoordeeld. [1] [10] [8]
Bij afsluiting van een behandelepisode beschrijft de eindrapportage het bereikte resultaat, het vervolg, eventuele nazorg en het besproken beleid bij terugkeer van klachten. De richtlijn maakt die rapportage verplicht bij het einde van het traject en houdt haar beknopt. Na verwijzing gaat zij naar de verwijzer; bij directe toegankelijkheid naar de huisarts. Leg alleen vast wat bij de afsluiting is beoordeeld en met de cliënt is besproken. [1] [8] [9]
De VvOCM-richtlijn uit 2022 vermeldt dat uniforme dossiergegevens ook een basis kunnen vormen voor landelijke zorgregistraties. De richtlijn noemt daarbij de Landelijke Database Oefentherapie; die aanlevering loopt inmiddels onder de naam Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Eenduidige definities en herleidbare broninformatie zijn daarom belangrijk. Een registratiebehoefte mag nooit een niet besproken zorgfeit aan het dossier toevoegen. [1] [9] [10]
De VvOCM-richtlijn noemt onderzoek naar administratieve lasten als aanleiding voor de actualisatie van 2022. Oefentherapeuten gaven behoefte aan lastenverlichting aan, met het oog op declarabele tijd en werkplezier. Die aanleiding verandert de inhoudelijke norm niet: het dossier moet het zorgproces navolgbaar weergeven en de zorgprofessional blijft verantwoordelijk voor volledigheid, juistheid en de gekozen formulering. [1] [10] [8]
Oefentherapie en fysiotherapie zijn beide direct toegankelijk en behandelen klachten rond het bewegingsapparaat, waardoor cliënten en verwijzers ze soms verwarren. Oefentherapie legt binnen het eigen beroepsprofiel nadruk op houding, bewegen, gedrag en toepassing in het dagelijks handelen. Beschrijf daarom concreet welk contact, onderzoek of interventie is uitgevoerd en gebruik geen terminologie uit een ander vak wanneer de bron die niet draagt. [1] [8] [9]
De verslagvormen bewaken het actieve, gedragsgerichte karakter van oefentherapie. Ze horen geen passieve interventie, fysiotherapeutisch jargon, niet uitgevoerd onderzoek of onbesproken behandelvoorstel toe te voegen. Beschrijf houding, bewegen, dagelijks handelen en eigen regie alleen vanuit de vastgelegde bron. Zo blijft het onderscheid met een ander paramedisch vak zichtbaar zonder de professionele beoordeling voor de oefentherapeut in te vullen. [1] [9] [10]
Voor het houdings- en bewegingsonderzoek binnen oefentherapie is een eigen verslagvorm ingericht. Die is gericht op de onderzoekscontext, observaties, uitgevoerde tests, eventuele klinimetrie en een afzonderlijke analyse, zonder behandelplan. Een consult legt daarnaast het behandelcontact, de evaluatie en het vervolg vast. Hysio kiest niet zelf een onderzoekssituatie uit losse woorden, maar volgt de vorm die je voor het contact selecteert. [4] [9] [10]
De evaluatie brengt doelen, productresultaat, procesverloop, oefentherapeutische beoordeling en vervolgafspraken samen. De evaluatie vervangt het dagjournaal niet en maakt geen nieuwe meetuitkomst wanneer die niet is genoemd. Wat de cliënt over klachtverandering zegt, blijft gescheiden van jouw oordeel over gedragsverandering. Een reden van afsluiting of een nazorgafspraak komt er alleen in wanneer je die hebt besproken. [5] [10] [8]
De VvOCM-richtlijn plaatst oefentherapeutische dossiervoering binnen meerdere wettelijke en professionele kaders. Denk aan de behandelrelatie, de dossierplicht, privacy, informatie-uitwisseling en de verantwoordelijkheid voor zorgvuldig methodisch handelen. Gebruik de richtlijn om relevante gegevens te ordenen, maar beoordeel actuele wetgeving en lokale afspraken afzonderlijk. Jij blijft verantwoordelijk voor de juistheid, de noodzakelijkheid en de definitieve plaats van informatie in het dossier. [1] [10] [8]
De dragende richtlijn is de Richtlijn Verslaglegging, uitgegeven door VvOCM (Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck), geactualiseerde versie voorjaar 2022, copyright 2022. De richtlijn is op 11 maart 2022 aangeboden aan het bestuur van VvOCM ter accordering en op 15 juni 2022 tijdens de Algemene Vergadering (AV) door de leden aangenomen. [1] [8] [9]
De richtlijn is geen dwingend voorschrift maar een professionele standaard in de zin van de WGBO. Een oefentherapeut mag beargumenteerd afwijken, bijvoorbeeld bij multimorbiditeit of wanneer de richtlijn op onderdelen niet meer aansluit bij actuele wetenschappelijke inzichten; afwijken van een richtlijn wordt dan wel in het dossier vermeld. [1] [9] [10]
De aanvullende anamnese verdiept het gezondheidsprobleem, de klachten en de hulpvraag. Orden deze informatie volgens de ICF-domeinen en verbind haar met de stappen van het oefentherapeutisch methodisch handelen. Houd wat de cliënt meldt gescheiden van jouw observaties en analyse. Niet besproken persoonlijke of omgevingsfactoren worden niet aangevuld om het schema vollediger te laten lijken. [1] [10] [8]
Het activiteitenonderzoek beschrijft taak, omgeving en beweeggedrag; het specifieke onderzoek legt gerichte observaties, fysieke metingen en uitgevoerde tests van het bewegingssysteem vast. Daarbij kunnen onder meer strategie, belasting en belastbaarheid, coördinatie, kracht, lenigheid, spierspanning, ontspanning en ademhaling aan bod komen. Noteer alleen onderdelen die werkelijk zijn onderzocht en koppel iedere uitkomst aan bron en meetmoment. [1] [8] [9]
De oefentherapeutische diagnose is het beroepsspecifieke oordeel op basis van je klinisch redeneerproces. Verplicht zijn de gegevens van de cliënt, zoals geslacht, leeftijd, verwijsdiagnose of klacht en hulpvraag, plus de bevindingen uit anamnese en onderzoek in samenhang met jouw analyse en conclusie. Herstelbelemmerende en herstelbevorderende factoren en een prognose, van volledig herstel tot niet te bepalen, horen erbij wanneer je ze hebt vastgesteld. [1] [9] [10]
Een behandelplan bevat een concreet hoofddoel, passende subdoelen, de gekozen behandelstrategie en afspraken over evaluatiemomenten en criteria. Leg ook relevante hulpmiddelen, gebruikte richtlijnen, gemotiveerde afwijkingen, prognose, behandelduur en frequentie vast wanneer die zijn besproken. Maak afspraken met de cliënt en andere disciplines herleidbaar en noteer het akkoord van de cliënt volgens de geldende dossierwerkwijze. [1] [10] [8]
De evaluatie bestaat uit een productevaluatie (mate waarin doelen zijn behaald, oordeel cliënt over klachtverandering, oordeel oefentherapeut over gedragsverandering, met meetinstrumenten) en een procesevaluatie (hoe het methodisch handelen inhoudelijk, organisatorisch en qua bejegening is verlopen). Noteer bij de productevaluatie welk instrument je hebt gebruikt en op welk moment je hebt gemeten. Een doel dat je niet hebt geëvalueerd, blijft zichtbaar openstaan. [1] [8] [9]
De oefentherapeutische verslaglijn sluit aan op het contact en volgt de ODIM-stappen: aanmelding, anamnese, onderzoek, oefentherapeutische diagnose, behandelplan, behandeling, evaluatie en afsluiting. Iedere verslagvorm licht daar een deel uit. De richtlijn helpt bepalen welke gegevens relevant zijn, terwijl jij verantwoordelijk blijft voor de keuze, de volledigheid en de plaats van de dossiernotatie. [2] [3] [5] [8] [9]
Beschrijf eerst wat je hebt waargenomen, gehoord of gemeten en koppel dat aan de bron van de informatie. Zet een professionele interpretatie daarna in het daarvoor bedoelde analyse- of evaluatiedeel. Hysio schuift een suggestie niet stilzwijgend tussen observaties en presenteert een niet uitgesproken verklaring niet als vaststaand feit. [4] [5] [9] [10]
Oefentherapeuten spreken in de praktijk veel in afkortingen die de richtlijn zelf ook als vaste afkortingenlijst hanteert: ODIM, DTO, AO, SO, OTD (oefentherapeutische diagnose), ICF, DCSPH, RPS, KP, PPN, EBP, NIVEL. Spreek je zo'n afkorting uit, controleer dan of zij als vaste term in de tekst staat en niet als losse letters. Een afkorting die je niet hebt genoemd, wordt nooit alsnog aangevuld. [1] [9] [10]
De richtlijn bevat één concrete aanwijzing over wat een oefentherapeut expliciet in de anamnese vastlegt en dus ook uitspreekt: type en hoeveelheid van medicijnen die invloed kunnen hebben op het herstelproces of bij de keuze van interventies. Dat valt onder de persoonlijke factoren binnen de ICF-ordening. Controleer bij het teruglezen de geneesmiddelnaam, de eenheid en de frequentie; verkeerd verstane doseringen zijn een reëel risico. [1] [10] [8]
Binnen oefentherapeutische verslaglegging dient de ICF als tekstueel ordeningskader voor functioneren, activiteiten, participatie en beïnvloedende factoren. De richtlijn vraagt hier niet om formele alfanumerieke ICF-codes. Gebruik de domeinen alleen wanneer ze het contact helpen beschrijven en houd cliëntmelding, meetgegeven en professionele interpretatie van elkaar gescheiden. Een niet besproken factor blijft buiten het verslag. [1] [8] [9]
Een ICD- of DSM-classificatie wordt alleen genoemd wanneer die als bestaande externe bron beschikbaar en relevant is voor het contact. De oefentherapeut stelt zelf geen ICD- of DSM-diagnose. Vermeld wie de classificatie heeft vastgesteld en voorkom dat zij als eigen professionele conclusie wordt gepresenteerd. Een ontbrekende classificatie wordt niet uit klachten of observaties afgeleid. [1] [9] [10]
De DCSPH-code bestaat uit vier cijfers: positie I en II geven de lichaamslocatie, positie III en IV de pathologiecode; deze twee combinaties samen vormen de diagnosecode die bij de zorgverzekeraar wordt gedeclareerd. De code is een administratief veld: jij of de praktijkadministratie stelt hem vast. Hysio kiest, stelt of vult zelf geen declaratiecode in en leidt er ook geen aandoening uit af. [1] [10] [8]
Hysio Oefentherapeutische Intake ordent een eerste gesprek volgens de ODIM-lijn: van aanmelding en anamnese naar onderzoek, analyse en behandelplan. Wat de cliënt vertelt, blijft gescheiden van wat jij hebt onderzocht, van jouw analyse en van het afgesproken plan. Het activiteitenonderzoek en het specifieke onderzoek blijven twee herkenbare delen. Een eigen suggestie van Hysio staat in een apart adviesdeel en nooit tussen de bevindingen. [3] [8] [9]
Kies deze vorm wanneer je een los onderzoekscontact vastlegt: een aanvullend of herhaald onderzoek zonder behandeling en zonder nieuw behandelplan. Loopt het onderzoek samen met een eerste brede inventarisatie, dan past de intake beter. Gaat het over doelrealisatie aan het einde van een traject, dan past de evaluatie. Beschrijf de onderzoekscontext altijd zelf; Hysio leidt die niet uit losse woorden af. [4] [9] [10]
Bij een tussentijdse evaluatie leg je het evaluatiekader, de doelen, het product- en procesverloop en de vervolgafspraak vast. Bij een afsluitende evaluatie komen daar de reden van afsluiting, de nazorg en het besproken beleid bij terugkeer van klachten bij. Beide gevallen gebruiken dezelfde verslagvorm. Hysio sluit zelf geen episode af, rekent geen verandering uit en voegt geen eigen beleid toe. [5] [10] [8]
Gebruik concrete beschrijvingen van houding, beweging, taakuitvoering en gedrag die tijdens het contact zijn uitgesproken of geobserveerd. Benoem wie iets zegt of waarneemt wanneer dat relevant is. De richtlijn ziet die kwalitatieve observatie als aanvulling op meten en niet als vervanging ervan. Een algemeen label zonder taak, omgeving of moment blijft moeilijk te herlezen. Hysio ordent de bron, maar jij bepaalt of de beschrijving vakinhoudelijk klopt. [2] [4] [6] [10] [8]
Klinimetrie past in het verslag wanneer het instrument, het meetmoment en de uitkomst tijdens het contact werkelijk zijn vastgelegd. De richtlijn kent geen vaste meetfrequentie, maar adviseert minimaal te meten in de eerste diagnostische fase en opnieuw in de eindfase. Noteer geen score omdat een instrument bij de hulpvraag zou kunnen passen. In het houdings- en bewegingsonderzoek krijgt klinimetrie een eigen onderdeel. Hysio verzint geen ontbrekende waarde, eenheid of interpretatie. [4] [8] [9]
Het algemene individuele Starter-abonnement van Hysio begint bij 20 euro per maand exclusief btw. Pro kost 40 euro en Unlimited 80 euro per maand exclusief btw; bij jaarlijkse betaling betaal je tien maanden voor twaalf. Er is geen apart tarief per beroepsprofiel en geen toezegging dat deze vormen in een abonnement kunnen worden gebruikt. Beoordeel vóór je kiest de actuele prijzenpagina voor de pakketvoorwaarden. [1] [11]
De algemene privacykaders van Hysio gelden ook als je oefentherapiecontacten vastlegt. Werk vanuit het zorgdoel en neem alleen noodzakelijke cliëntinformatie op. Spreek af wie een opname mag starten, wie toegang heeft, hoe de bron wordt beoordeeld en welke tekst naar het dossier gaat. In deze verhouding is Hysio verwerker en blijft de praktijk verwerkingsverantwoordelijke. Raadpleeg de actuele privacyverklaring en juridische informatie voor verwerking, hosting en voorwaarden. [1] [13]
Een automatische overname is er niet. Hysio schrijft de verslagtekst niet rechtstreeks naar een elektronisch medisch dossiersysteem, omdat er geen directe koppeling is. Je beoordeelt de tekst en neemt passende onderdelen zelf over volgens de werkwijze van je praktijk. Bij een consult kunnen dat cliëntperspectief, verrichtingen, evaluatie en afspraken zijn. Vraag je dossierleverancier welke overnameroute mogelijk is; deze pagina belooft geen specifieke integratie. [1] [15] [14]
Betrouwbaarheid begint bij een duidelijke bron. Vergelijk houding, bewegingsobservaties, meetwaarden, ontkenningen en afspraken met wat werkelijk is gezegd of onderzocht. De uitvoer van Hysio blijft materiaal en kan verstaan- of formuleringsfouten bevatten; afkortingen, geneesmiddelnamen en meeteenheden zijn daarbij het gevoeligst. Het platform vult geen ontbrekende meting of werkhypothese in. Jij corrigeert de tekst, beoordeelt de professionele betekenis en keurt alleen een passende versie goed. [1] [14]
Je kunt handmatig schrijven, een vast eigen sjabloon gebruiken, een algemene dicteerfunctie kiezen of een gespecialiseerd platform inzetten. Handmatig werken kan passend zijn bij een kort of afwijkend contact. Kies een werkwijze met aparte ruimte voor observatie, beoordeling en vervolg. Vergelijk alternatieven op vaktaal, bronrollen, correctietijd, privacy en overdracht naar je eigen dossier. [1] [14]
Hysio heeft een proefperiode van veertien dagen waarvoor je geen creditcard nodig hebt. Welke verslagvormen je daarin opent, hangt af van wat er in je account staat; deze pagina belooft geen specifieke vorm. Vergelijk een consult, houdings- en bewegingsonderzoek en psychosomatische intake op bronrollen, meetgegevens, vaktaal, correcties en bruikbaarheid voor je eigen dossiervoering. Noteer ook welke gegevens ontbreken en welke vervolgafspraken je zelf vastlegt. [6] [12] [11]
Er is geen gemeten beroepseigen tijdwinst. Vastleggen of inspreken, genereren, inhoudelijk beoordelen, corrigeren en overnemen in het dossier vormen samen de keten die je meet. Vergelijk consult, onderzoek en psychosomatische contacten afzonderlijk, omdat de correctielast kan verschillen. Kijk naast minuten ook naar volledigheid, bronrollen en herstelacties. Zo bepaal je de netto verandering in je eigen praktijk zonder een algemene besparingsclaim over te nemen. [7] [14]
Leg vooraf vast hoe je beweging, metingen en afspraken in het dossier wilt ordenen. Begin met één contactsoort, bijvoorbeeld het gewone behandelcontact, en houd bij hoeveel je moet corrigeren. Regel privacy, correcties en dossierovername voordat je uitbreidt naar intake, onderzoek, evaluatie of psychosomatische contacten. Controleer na ieder contact of de bron en de vervolgafspraak juist zijn vastgelegd. [2] [13] [14]
Nee. Een diagnose of werkhypothese ontstaat niet zelfstandig in Hysio. Het platform ordent die alleen wanneer jij haar als broninformatie vastlegt binnen de gekozen verslagvorm. In een onderzoeksverslag kan een expliciet uitgesproken analyse herkenbaar worden opgenomen. Een patroon dat alleen uit losse gegevens zou kunnen volgen, wordt nooit als jouw conclusie gepresenteerd. Ook de psychosomatische vorm werkt met SSCEGS en levert geen classificatie uit de psychiatrie. [4] [7] [9] [10]
Gebruik de geordende tekst als basis voor jouw eigen dossierproces. Beoordeel of cliëntuitspraken, observaties, meetwaarden, tijdlijn, analyse en afspraken juist zijn en pas de formulering aan waar dat nodig is. Neem per verslagvorm alleen de delen over die jouw dossier ook werkelijk kent. Hysio bepaalt niet zelfstandig welke dossierplaats, classificatie of definitieve bewoording jouw praktijk gebruikt. [2] [3] [4] [5] [10] [8]
Het geldende beroepskader bepaalt welke informatie zorgvuldig en herleidbaar wordt vastgelegd.