Vastleggen
Houd je aandacht bij het zorgcontact.
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
Hysio Klinische Verloskunde
Brongebonden verslaglegging voor klinisch verloskundigen, van opname en visite tot partusverslag en overdracht bij ontslag.
Gestructureerd verslag in jouw vaktaal
Van zorgcontact naar verslag
Hysio zet gesproken informatie om in een verslag. Kies de verslagvorm voor het gesprek dat je vastlegt.
Vastleggen
Leg het gesprek vast en spreek je eigen bevindingen en afspraken duidelijk uit.
AI-assistenten
Jij controleert en bepaalt wat je opslaat.
In je werkdag
Meer aandacht voor het gesprek, minder typewerk erna.
Maak relevante uitspraken, je eigen bevindingen en afspraken hoorbaar. Zo kun je ze terugvinden in je verslag.
De informatie komt onder de koppen van de gekozen verslagvorm, zodat je die per onderdeel kunt nalopen.
Controleer namen, feiten en afspraken. Pas de tekst waar nodig aan voordat je het verslag in je dossier gebruikt.
Zelf ervaren
Probeer Hysio 14 dagen gratis of plan een persoonlijke demo.
Voor je team
Kort antwoord
Hysio ordent opname, klinische visite, het partusverslag en overdracht of ontslag als verschillende contactdoelen.
Maternale, foetale of neonatale gegevens, externe uitslagen, professionele beoordeling en open acties blijven herkenbaar gescheiden.
Voor klinische verloskunde sluit Hysio aan op vier contactdoelen: klinische opname en intake, controle en visite, een chronologisch klinisch partusverslag en overdracht of ontslag. Maternale, foetale of neonatale gegevens, externe uitslagen, professionele beoordeling en actiehouders blijven per episode herkenbaar. De klinisch verloskundige controleert bij de opname- of visitekeuze de bron, het moment en de professionele betekenis voordat deze informatie in het klinisch-verloskundig dossier wordt opgenomen. [3] [4] [5] [6] [13] [15] [17]
De opname en intake ordent opnamecontext, huidige zwangerschap, voorgeschiedenis, medische en psychosociale informatie, maternale en foetale bevindingen, externe uitslagen, uitgesproken beoordeling en zorgplan. De structuur laat zien welke informatie uit de opname komt en welke bron later is toegevoegd. Alleen brongebonden informatie die het contact ondersteunt, komt bij de opname- of visitekeuze na controle door de klinisch verloskundige in het klinisch-verloskundig dossier terecht. [3] [7] [9] [13]
De visitevorm brengt de actuele aanleiding, verandering sinds het vorige moment, maternale en foetale of neonatale bevindingen, metingen en uitslagen, professioneel overleg en vervolgactie samen. Een melding blijft een melding; Hysio herschrijft haar niet als diagnose of triage-uitkomst. De klinisch verloskundige laat bij de opname- of visitekeuze onbesproken details open en beoordeelt zelf welke formulering in het klinisch-verloskundig dossier thuishoort. [4] [13] [15] [17]
Het klinische partusverslag houdt opnamecontext, chronologisch verloop, geboorte en placenta, de barende na de geboorte, iedere pasgeborene en observatie of overplaatsing apart. De tijdslijn komt uit de bron. Hysio reconstrueert geen ontbrekende gebeurtenissen en bepaalt geen partusbeleid. Bron, peilmoment en professionele duiding blijven bij de opname- of visitekeuze zichtbaar wanneer de klinisch verloskundige de tekst voor het klinisch-verloskundig dossier accordeert. [5] [15] [16] [17]
De overdracht en het ontslagverslag ordenen context, episode en geboorte, actuele status van kraamvrouw en pasgeborene, open punten, actiehouders, ontvangers en vervolg. De status van een actie blijft gekoppeld aan de bron. Een nette overdracht is geen zelfstandig ontslagbesluit. Voor opslag controleert de klinisch verloskundige bij de opname- of visitekeuze of de tekst aansluit op de oorspronkelijke bron en het werkelijke zorgmoment. [6] [9] [15] [17]
Kies opname en intake wanneer de klinische episode wordt geopend en de reden, voorgeschiedenis en uitgangssituatie worden verzameld. Kies visite wanneer actuele verandering, nieuwe meldingen of lopend beleid centraal staan. Het contactdoel bepaalt de vorm, niet de lengte van het gesprek. De definitieve keuze over inhoud, formulering en vervolg blijft bij de opname- of visitekeuze bij de klinisch verloskundige, niet bij Hysio. [3] [4] [7] [13]
De klinische partusvorm past bij vastgelegde informatie over de bevalling in het ziekenhuis, met een chronologisch verloop en aparte onderdelen voor barende en kind. Een controle op de afdeling of een ontslagbericht hoort alleen in deze vorm wanneer de bron werkelijk over de partus gaat. De klinisch verloskundige vergelijkt bij de opname- of visitekeuze de tekst met de bron en corrigeert onduidelijkheden voordat het verslag wordt opgeslagen. [5] [15] [16]
Gebruik deze vorm wanneer actuele episode-informatie wordt overgedragen of een klinisch contact wordt afgesloten. Benoem ontvanger, actuele moeder- en kindstatus, open uitslagen en actiehouder. Of het ontslag veilig of passend is, bepaalt Hysio niet zelf; dat oordeel blijft aan de klinisch verloskundige. Wat niet is besproken of vastgesteld, blijft bij de opname- of visitekeuze open totdat de klinisch verloskundige de ontbrekende informatie heeft gecontroleerd. [6] [9] [17]
Een uitslag blijft gekoppeld aan het onderzoek, de bron, datum en betrokken persoon. Hysio kan de ruwe uitslag en de uitgesproken professionele uitleg naast elkaar zetten, maar maakt geen eigen interpretatie. Ontbreekt de uitslag, dan blijft zichtbaar dat de test wel of niet is gedocumenteerd. De klinisch verloskundige beoordeelt bij de opname- of visitekeuze relevantie, bron en context en bepaalt daarna wat in het klinisch-verloskundig dossier wordt vastgelegd. [3] [4] [9] [13] [15]
Nee. Hysio ordent vastgelegde meldingen, observaties, metingen, uitslagen, overleg en afspraken, maar interpreteert geen CTG, bepaalt geen urgentie, partusbeleid, medicatie, overplaatsing of ontslag. De klinisch verloskundige en andere bevoegde zorgprofessionals blijven verantwoordelijk voor die besluiten. Hysio ondersteunt bij de opname- of visitekeuze alleen de ordening; de klinisch verloskundige controleert betekenis, juistheid en het vervolg in het klinisch-verloskundig dossier. [3] [4] [5] [6] [7] [13] [17] [20]
Bij opname geeft Hysio de episode een vaste volgorde: aanleiding, zwangerschap en voorgeschiedenis, context, maternale en foetale bevindingen, externe bronnen, beoordeling en bestaand zorgplan. De klinisch verloskundige controleert of de bron actueel is en of een plan werkelijk is uitgesproken. De klinisch verloskundige controleert tijdens de klinische verslagnotitie de bron, het moment en de professionele betekenis voordat deze informatie in het klinisch-verloskundig dossier wordt opgenomen. [3] [7] [9] [13]
Een opnameverslag beschrijft de uitgangssituatie van een episode; een visiteverslag beschrijft de actuele verandering en het overleg op een later moment. Hysio houdt beide contactdoelen uit elkaar. De klinisch verloskundige bepaalt welke bron en welke episode bij het huidige contact horen. Alleen brongebonden informatie die het contact ondersteunt, komt tijdens de klinische verslagnotitie na controle door de klinisch verloskundige in het klinisch-verloskundig dossier terecht. [3] [4] [13] [17]
Zet maternale meldingen en bevindingen bij de kraamvrouw en foetale of neonatale informatie bij het kind. Noteer per gegeven het peilmoment en de bron. Hysio maakt geen gezamenlijk oordeel over moeder en kind en draagt een kindgegeven niet over als maternale observatie. De klinisch verloskundige laat tijdens de klinische verslagnotitie onbesproken details open en beoordeelt zelf welke formulering in het klinisch-verloskundig dossier thuishoort. [4] [13] [15] [17]
Leg vast wie overlegde, welke melding of bevinding de aanleiding was, wat door de zorgprofessional is besproken en welk vervolg expliciet is afgesproken. Hysio maakt van een overleg geen automatisch besluit. De klinisch verloskundige controleert deelnemers, tijdstip, bron en actiehouder. Bron, peilmoment en professionele duiding blijven tijdens de klinische verslagnotitie zichtbaar wanneer de klinisch verloskundige de tekst voor het klinisch-verloskundig dossier accordeert. [4] [6] [13] [17] [20]
Gebruik alleen de gebeurtenissen en tijdstippen die in opname, partusnotitie of nadictaat zijn vastgelegd. Rangschik ze op brongebonden volgorde en laat ontbrekende tijd open. Een vloeiende tijdslijn mag geen schijnzekerheid geven over een niet beschreven handeling of beslissing. Voor opslag controleert de klinisch verloskundige tijdens de klinische verslagnotitie of de tekst aansluit op de oorspronkelijke bron en het werkelijke zorgmoment. [5] [15] [16]
Beschrijf eerst de observatie en de bron waarop die rust. Noteer daarna alleen de overplaatsing, ontvanger of vervolgactie die werkelijk is benoemd. Hysio trekt geen conclusie over noodzaak of urgentie. De bevoegde zorgprofessional accordeert de status en de overdrachtsinhoud. De definitieve keuze over inhoud, formulering en vervolg blijft tijdens de klinische verslagnotitie bij de klinisch verloskundige, niet bij Hysio. [5] [6] [17] [19]
Neem een externe uitslag over met bron, datum, onderzochte persoon en status van de uitslag. Houd de professionele uitleg apart van het ruwe resultaat. Hysio maakt geen laboratoriumvalidatie en vervangt een ontbrekend bericht niet door algemene kennis. De klinisch verloskundige vergelijkt tijdens de klinische verslagnotitie de tekst met de bron en corrigeert onduidelijkheden voordat het verslag wordt opgeslagen. [3] [4] [9] [13] [15]
Een open actie bevat, voor zover bekend, de taak, de verantwoordelijke, de ontvanger en de afgesproken termijn. Maak verschil tussen gepland, nog te controleren en afgerond. Hysio vult geen actiehouder aan en schrijft een bericht niet als verzonden wanneer dat niet in de bron staat. Wat niet is besproken of vastgesteld, blijft tijdens de klinische verslagnotitie open totdat de klinisch verloskundige de ontbrekende informatie heeft gecontroleerd. [6] [9] [17] [19]
Koppel de nieuwe melding aan het actuele visite- of contactmoment en houd de eerdere bron herkenbaar. Beschrijf wat is veranderd en wat gelijk bleef alleen wanneer dat werkelijk is benoemd. Hysio herschrijft het eerdere oordeel niet en maakt geen trendanalyse. De klinisch verloskundige beoordeelt tijdens de klinische verslagnotitie relevantie, bron en context en bepaalt daarna wat in het klinisch-verloskundig dossier wordt vastgelegd. [4] [13] [17]
Nee. Acute beoordeling, bewaking, overleg, escalatie en handelen blijven bij de bevoegde zorgprofessionals. Hysio kan achteraf of naast het contact brongebonden informatie ordenen wanneer jij dat veilig kunt controleren. De verslagvorm vervangt geen bewaking, triage of directe communicatie. Hysio ondersteunt tijdens de klinische verslagnotitie alleen de ordening; de klinisch verloskundige controleert betekenis, juistheid en het vervolg in het klinisch-verloskundig dossier. [4] [5] [7] [17] [20]
Maak onderscheid tussen kraamvrouw, kind, partner of ouder, klinisch verloskundige, andere zorgprofessional, extern document en laboratorium- of screeningsbron. Noteer wie iets meldde of beoordeelde. Zo blijft duidelijk welke informatie bij welke persoon en professionele rol hoort. De klinisch verloskundige controleert bij overdracht tussen zorgteams de bron, het moment en de professionele betekenis voordat deze informatie in het klinisch-verloskundig dossier wordt opgenomen. [3] [6] [7] [9] [17]
Partner- of ouderinformatie blijft een afzonderlijke melding met bron en context. Neem haar alleen op wanneer zij relevant en passend is voor het contact. Vermeng deze woorden niet met de status van de kraamvrouw of het kind. De klinisch verloskundige controleert noodzaak en toestemming. Alleen brongebonden informatie die het contact ondersteunt, komt bij overdracht tussen zorgteams na controle door de klinisch verloskundige in het klinisch-verloskundig dossier terecht. [3] [4] [9] [13]
Benoem doel, ontvanger en afgesproken gegevens wanneer die in het contact zijn vastgelegd. Houd moeder- en kindinformatie gescheiden en neem alleen noodzakelijke gegevens over. Hysio leidt geen toestemming af uit een gewenste overdracht en beslist niet zelfstandig welke informatie mag worden gedeeld. De klinisch verloskundige laat bij overdracht tussen zorgteams onbesproken details open en beoordeelt zelf welke formulering in het klinisch-verloskundig dossier thuishoort. [6] [9] [17] [19]
Het Perinataal Woordenboek en de Dataset bieden gedeelde definities en gegevens voor geboortezorg. Gebruik een PWD-term alleen in de betekenis en context van de bron. Hysio kan geen ontbrekend veld invullen en belooft geen technische uitwisseling met een ziekenhuisinformatiesysteem. Bron, peilmoment en professionele duiding blijven bij overdracht tussen zorgteams zichtbaar wanneer de klinisch verloskundige de tekst voor het klinisch-verloskundig dossier accordeert. [3] [6] [15] [16]
Een Peridos- of screeningsgegeven blijft gekoppeld aan de aangeleverde bron, de datum en de persoon op wie het ziet. Een systeemnaam is geen uitslag. Hysio neemt alleen expliciete informatie over en voert geen screening, interpretatie of vervolgkeuze uit. Voor opslag controleert de klinisch verloskundige bij overdracht tussen zorgteams of de tekst aansluit op de oorspronkelijke bron en het werkelijke zorgmoment. [3] [4] [18] [19]
Laat beide gegevens staan met hun bron en moment wanneer ze niet betrouwbaar met elkaar te verenigen zijn. Beschrijf dat verificatie nodig is. Hysio kiest niet de meest recente zin als vanzelfsprekend juiste versie. De klinisch verloskundige beoordeelt welke correctie of aanvulling nodig is. De definitieve keuze over inhoud, formulering en vervolg blijft bij overdracht tussen zorgteams bij de klinisch verloskundige, niet bij Hysio. [4] [6] [9] [13] [17]
Ga terug naar het gesprek, de observatie, het uitslagbericht of de professionele aantekening waaruit de zin kwam. Corrigeer op basis van die bron en houd een onopgeloste onzekerheid zichtbaar. De klinisch verloskundige accordeert de wijziging en bepaalt of een overdracht opnieuw nodig is. De klinisch verloskundige vergelijkt bij overdracht tussen zorgteams de tekst met de bron en corrigeert onduidelijkheden voordat het verslag wordt opgeslagen. [3] [4] [9] [15] [17]
Neem alleen relevante informatie op voor de actuele ontvanger en het genoemde zorgdoel. Houd maternale, kind-, partner- en professionele gegevens gescheiden. Laat niet-besproken achtergrond weg. De klinisch verloskundige controleert noodzaak, toestemming, ontvanger en de definitieve deelstatus. Wat niet is besproken of vastgesteld, blijft bij overdracht tussen zorgteams open totdat de klinisch verloskundige de ontbrekende informatie heeft gecontroleerd. [6] [9] [17] [19]
De zorgprofessional die voor het contact verantwoordelijk is, controleert de bron, professionele duiding, status van acties en eventuele gegevensdeling. Hysio ondersteunt ordening en formulering, maar neemt geen klinische verantwoordelijkheid over. Een collega kan de tekst lezen zonder dat daarmee accordering automatisch is gegeven. De klinisch verloskundige beoordeelt bij overdracht tussen zorgteams relevantie, bron en context en bepaalt daarna wat in het klinisch-verloskundig dossier wordt vastgelegd. [3] [4] [6] [7] [8] [20]
De ontvanger moet kunnen terugvinden welke episode en geboorte centraal staan, wat de actuele status van kraamvrouw en kind is, welke resultaten of acties openstaan, wie verantwoordelijk is en welk vervolg is afgesproken. Hysio ordent die gegevens, maar maakt geen ontslagbesluit. Hysio ondersteunt bij overdracht tussen zorgteams alleen de ordening; de klinisch verloskundige controleert betekenis, juistheid en het vervolg in het klinisch-verloskundig dossier. [6] [9] [17] [19]
Noteer onderwerp, onderzochte persoon, waarde, eenheid, meetwijze, datum of tijd en bron wanneer die informatie aanwezig is. Hysio houdt een maternale waarde bij de kraamvrouw en vergelijkt haar niet zelfstandig met een norm. De klinisch verloskundige beoordeelt de betekenis. De klinisch verloskundige controleert bij klinische metingen en bevindingen de bron, het moment en de professionele betekenis voordat deze informatie in het klinisch-verloskundig dossier wordt opgenomen. [4] [7] [13]
Nee. Hysio kan een letterlijk beschreven CTG-beoordeling of foetale uitslag structureren, met zorgprofessional en moment als die zijn vastgelegd. Het platform leest geen curve, geeft geen classificatie en bepaalt geen vervolg. De klinisch verloskundige of andere bevoegde zorgprofessional beoordeelt. Alleen brongebonden informatie die het contact ondersteunt, komt bij klinische metingen en bevindingen na controle door de klinisch verloskundige in het klinisch-verloskundig dossier terecht. [4] [5] [7] [13] [20]
Beschrijf alleen dat de test is genoemd of uitgevoerd en laat de uitslag open wanneer die niet in de bron staat. Hysio verzint geen resultaat en geeft geen geruststelling. Een bevoegde zorgprofessional bepaalt of de ontbrekende bron moet worden opgevraagd of gecontroleerd. De klinisch verloskundige laat bij klinische metingen en bevindingen onbesproken details open en beoordeelt zelf welke formulering in het klinisch-verloskundig dossier thuishoort. [3] [4] [9] [13]
Een visite beschrijft een actuele toestand op een bepaald moment. Peilmoment en bron voorkomen dat een oude melding als actuele status wordt gelezen. Hysio kan momenten naast elkaar zetten, maar maakt geen trend, prognose of verandering die niet expliciet is besproken. Bron, peilmoment en professionele duiding blijven bij klinische metingen en bevindingen zichtbaar wanneer de klinisch verloskundige de tekst voor het klinisch-verloskundig dossier accordeert. [4] [13] [17]
Koppel iedere waarde aan de barende of aan een specifiek kind en vermeld het moment en de eenheid. Hysio maakt geen gecombineerde status. De klinisch verloskundige controleert of de chronologie, persoon en bron bij elkaar passen voordat de tekst wordt opgeslagen. Voor opslag controleert de klinisch verloskundige bij klinische metingen en bevindingen of de tekst aansluit op de oorspronkelijke bron en het werkelijke zorgmoment. [5] [15] [16]
Hysio kan medicatie alleen als brongegeven ordenen wanneer middel, moment, status en herkomst expliciet zijn vastgelegd. Het platform schrijft niets voor, verandert geen dosering en beoordeelt geen indicatie. De bevoegde zorgprofessional controleert het actuele medicatieoverzicht en de overdracht. De definitieve keuze over inhoud, formulering en vervolg blijft bij klinische metingen en bevindingen bij de klinisch verloskundige, niet bij Hysio. [3] [6] [9] [17] [20]
Nee. Een observatie, uitslag of beroepsgebonden term blijft onderscheiden van een diagnose of risicoclassificatie. Hysio neemt een uitgesproken beoordeling als brongebonden tekst over, maar maakt geen eigen klinische betekenis. De bevoegde zorgprofessional bepaalt de juiste formulering. De klinisch verloskundige vergelijkt bij klinische metingen en bevindingen de tekst met de bron en corrigeert onduidelijkheden voordat het verslag wordt opgeslagen. [3] [4] [7] [13] [20]
Gebruik alleen de status die werkelijk is benoemd, zoals open, gepland, gecontroleerd of afgerond, en koppel die aan de actiehouder en het moment. Hysio vult geen status in door de vorm van de zin. De klinisch verloskundige controleert wat de bron draagt. Wat niet is besproken of vastgesteld, blijft bij klinische metingen en bevindingen open totdat de klinisch verloskundige de ontbrekende informatie heeft gecontroleerd. [6] [17] [19]
Laat de waarde met bron, context en onzekerheid staan en voeg geen oorzaak, urgentie of geruststelling toe. Hysio maakt geen triage of verwijzing. De bevoegde zorgprofessional beoordeelt de informatie, vraagt zo nodig verificatie en legt het eigen vervolg vast. De klinisch verloskundige beoordeelt bij klinische metingen en bevindingen relevantie, bron en context en bepaalt daarna wat in het klinisch-verloskundig dossier wordt vastgelegd. [4] [6] [13] [17] [20]
Neem de genoemde observaties, metingen en professionele beoordeling over bij het kind als afzonderlijke bronrol. Voeg geen groei-, vitaliteits- of risicoconclusie toe die niet is uitgesproken. Hysio maakt de bron leesbaar; de bevoegde zorgprofessional bepaalt de klinische betekenis en het vervolg. Hysio ondersteunt bij klinische metingen en bevindingen alleen de ordening; de klinisch verloskundige controleert betekenis, juistheid en het vervolg in het klinisch-verloskundig dossier. [5] [6] [15] [17]
Bepaal eerst of het contact een opname, visite, partus of overdracht is. Controleer daarna moeder, kind, episode, bronnen, meetmomenten en actiehouders in de voorgestelde tekst. Zo blijft de verslagvorm een controleerbare structuur naast jouw klinische verantwoordelijkheid. De klinisch verloskundige controleert bij de klinische eindcontrole de bron, het moment en de professionele betekenis voordat deze informatie in het klinisch-verloskundig dossier wordt opgenomen. [3] [4] [5] [6] [13] [17]
De beroepseigen content beschrijft verslagstructuren en brongebonden tekst, niet een algemene technische koppeling met ieder ziekenhuisinformatiesysteem. Controleer de actuele mogelijkheden van jouw organisatie afzonderlijk. Jij blijft verantwoordelijk voor plaatsing, broncontrole, toestemming en accordering. Alleen brongebonden informatie die het contact ondersteunt, komt bij de klinische eindcontrole na controle door de klinisch verloskundige in het klinisch-verloskundig dossier terecht. [3] [6] [15] [19]
Controleer episode, persoon, bron, datum, tijd, eenheid, ontkenning, uitslag, professionele beoordeling en open actie. Kijk bij moeder en kind afzonderlijk terug. Verwijder niet-onderbouwde conclusies en accordeer pas wanneer de tekst het werkelijke contact correct en veilig weergeeft. De klinisch verloskundige laat bij de klinische eindcontrole onbesproken details open en beoordeelt zelf welke formulering in het klinisch-verloskundig dossier thuishoort. [3] [4] [5] [6] [9] [13] [17]
Nee. Een ontbrekende uitslag blijft open of wordt als niet gedocumenteerd gemarkeerd wanneer dat uit de bron volgt. Hysio vult geen labwaarde, CTG-duiding, screening of professionele conclusie aan. De klinisch verloskundige bepaalt welke verificatie en welk vervolg nodig zijn. Bron, peilmoment en professionele duiding blijven bij de klinische eindcontrole zichtbaar wanneer de klinisch verloskundige de tekst voor het klinisch-verloskundig dossier accordeert. [3] [4] [9] [13] [18]
Gebruik de overdrachtvorm wanneer het contactdoel werkelijk delen of ontslag is. Controleer ontvanger, episode, moeder- en kindstatus, open acties en deelstatus. Hysio ordent de tekst, terwijl jij bepaalt of delen passend is en of de overdracht professioneel volledig is. Voor opslag controleert de klinisch verloskundige bij de klinische eindcontrole of de tekst aansluit op de oorspronkelijke bron en het werkelijke zorgmoment. [6] [9] [17] [19]
Nee. Overplaatsing, escalatie, consultatie en ontslag zijn professionele en organisatorische besluiten. Hysio kan een reeds vastgelegde beslissing met context, tijd en ontvanger ordenen, maar bepaalt geen noodzaak, urgentie of bestemming. De definitieve keuze over inhoud, formulering en vervolg blijft bij de klinische eindcontrole bij de klinisch verloskundige, niet bij Hysio. [4] [5] [6] [17] [20]
Noem de bronrol bij meldingen, observaties, uitslagen, overleg en beoordeling. Een klinisch verloskundige, gynaecoloog, verpleegkundige, ouder of laboratoriumbron draagt niet dezelfde betekenis. Hysio kan rollen naast elkaar zetten, maar voegt bevoegdheden of verantwoordelijkheid niet samen. De klinisch verloskundige vergelijkt bij de klinische eindcontrole de tekst met de bron en corrigeert onduidelijkheden voordat het verslag wordt opgeslagen. [3] [4] [7] [8] [11]
De klinisch verloskundige kiest de verslagvorm, controleert bron en episode, beoordeelt de klinische betekenis, neemt deel aan overleg en accordeert de tekst. Hysio maakt geen triage, CTG-interpretatie, medicatiekeuze, partusbeleid of ontslagbesluit. Wat niet is besproken of vastgesteld, blijft bij de klinische eindcontrole open totdat de klinisch verloskundige de ontbrekende informatie heeft gecontroleerd. [3] [4] [5] [6] [7] [8] [20]
Werk met een compact onderscheid tussen melding, observatie, meting, uitslag, professionele beoordeling, actiehouder en vervolg. Neem alleen relevante informatie op voor de ontvanger. Hysio ondersteunt die structuur, maar de klinisch verloskundige bepaalt wat noodzakelijk en juist is. De klinisch verloskundige beoordeelt bij de klinische eindcontrole relevantie, bron en context en bepaalt daarna wat in het klinisch-verloskundig dossier wordt vastgelegd. [4] [6] [15] [17] [19]
Hysio ordent opname, visite, partus of overdracht in de passende verslagvorm en houdt moeder en kind apart. Het platform interpreteert geen CTG, bepaalt geen risico, behandeling, urgentie, overplaatsing of ontslag. Jij controleert en bepaalt wat in het dossier wordt opgeslagen. Hysio ondersteunt bij de klinische eindcontrole alleen de ordening; de klinisch verloskundige controleert betekenis, juistheid en het vervolg in het klinisch-verloskundig dossier. [3] [4] [5] [6] [7] [13] [17] [20]
Het geldende beroepskader bepaalt welke informatie zorgvuldig en herleidbaar wordt vastgelegd.